GRI verslaggeving

GRI-tabel

Ernst & Young Accountants heeft een assurance-opdracht uitgevoerd die gericht was op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid dat de niet-financiële informatie in de hoofdstukken ‘Spoorvervoer’, ‘Omgeving’, ‘Medewerkers’, ‘Profiel’, ‘Stakeholderdialoog’, ‘Maatschappelijk verslaggevingsbeleid’ en ‘GRI-tabel’ in het jaarverslag 2016 van ProRail in alle van materieel belang zijnde aspecten juist is weergegeven in overeenstemming met de Sustainability Reporting Guidelines G4 (Comprehensive) van Global Reporting Initiative, de Handreiking maatschappelijke verslaggeving van de Raad voor de Jaarverslaggeving en de interne verslaggevingscriteria van ProRail. De informatie in de GRI-tabel is meegenomen in de scope van de assurance-opdracht.

Downloaden voor Excel

.

GRI indicator

Strategie en analyse

Verwijzing

Directe beantwoording

 

G4-1

Verklaring van de hoogste beslissingsbevoegde over de relevantie van duurzame ontwikkeling voor de organisatie en zijn strategie.

Het jaar 2016, Verslag Raad van Bestuur (Duurzaam spoor), Profiel (Strategie)

 
 

G4-2

Beschrijving van belangrijke gevolgen, risico's en mogelijkheden.

Het jaar 2016, Profiel (Strategie), Stakeholders dialoog, Besturing (Risicomanagement)

 
 

G4-3

Naam van de organisatie.

Profiel (Juridische structuur), Besturing (Corporate Governance)

 
 

G4-4

Voornaamste merken, producten en/of diensten.

Profiel (Organisatie en activiteiten)

 
 

G4-5

Locatie van het hoofdkantoor van de organisatie.

Profiel (Organisatie en activiteiten)

 
 

G4-6

Het aantal landen waar de organisatie actief is (met relevantie voor de duurzaamheidskwesties).

Profiel (Organisatie en activiteiten)

 
 

G4-7

Eigendomsstructuur en de rechtsvorm.

Profiel (Organisatie en activiteiten), Besturing (Corporate governance)

 
 

G4-8

Afzetmarkten (geografische verdeling, sectoren en soorten klanten).

Profiel (Onze waardeketen, Onze stakeholders)

 
 

G4-9

Omvang van de organisatie.

Kerncijfers

 
 

G4-10

Totale personeelsbestand naar type werk, arbeidsovereenkomst en regio.

Jaarrekening, Meerjarenoverzicht

 
 

G4-11

Percentage werknemers dat onder een collectieve arbeidsovereenkomst valt.

 

Alle medewerkers van ProRail vallen onder de cao met uitzondering van enkele individuele directie- en managementleden (circa 1%).

 

G4-12

De waardeketen van de organisatie.

Profiel (Onze waardeketen)

 
 

G4-13

Significante veranderingen tijdens de verslaggevingsperiode wat betreft omvang, structuur, eigendom of de waardeketen.

 

Er hebben zich geen significante veranderingen voorgedaan wat betreft omvang, structuur, eigendom en de waardeketen tijdens de verslaggevingsperiode.

 

G4-14

Toepassing van het voorzorgsprincipe.

 

De spoorsector heeft materiele impact op klimaatverandering doordat het een grootverbruiker van energie is. ProRail kan als infrabeheerder het energieverbruik beïnvloeden. ProRail hanteert het voorzorgsprincipe als het gaat om klimaatverandering in relatie tot bovenstaand energieverbruik.

 

G4-15

Extern ontwikkelde economische, milieu gerelateerde en sociale charters, principes of andere initiatieven die worden onderschreven.

Verslag Raad van Bestuur (Duurzaam werken)

ProRail heeft de volgende externe charters onderschreven:
- UN Global Compact principles (middels lidmaatschap UIC)
- Meerjarenafspraken energie (MJA3)
- Green Deal Duurzaam GWW
- De Nederlandse Corporate Governance Code
- CO2 prestatieladder
- Global Reporting Initiative

 

G4-16

Lidmaatschappen van verenigingen en/of nationale internationale belangenorganisaties.

 

Union Internationale des Chemins de Fer (UIC), Rail Net Europe (RNE), European Rail Infrastructure Managers (EIM), Rail Cargo Information Netherlands, Railforum, NextGeneration Infrastructure, railAlert, Stichting bewuste bouwers, Raad voor Vastgoed Rijksoverheid, Rijksprojectenacademie, Stichting Klimaatvriendelijke Aanbesteden en Ondernemen, Kennis in het Groot (KING), Stichting Ondergronds Bouwen, Raad van Advies Instituut voor Bouwrecht, Adviesraad van de Raad van Arbitrage voor de bouw, Stichting Bouwpluim, Bouwreflectie, Innovatietafel, Stichting Vernieuwing Bouw, Dutch Innovation Centre for Electric Road Transport, VNO-NCW, De Slinger Utrecht.

 

G4-17

a. Overzicht van entiteiten opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de organisatie of in gelijkwaardige documentatie.

Maatschappelijk verslaggevingsbeleid

Deelnemingen (Keyrail, Relined) worden niet meegeconsolideerd en blijven daarmee buiten beschouwing van onze MVO-verslaglegging.

  

b. Entiteiten in de geconsolideerde jaarrekening die niet zijn opgenomen in het verslag.

  
 

G4-18

Proces voor het bepalen van de inhoud van het verslag.

Maatschappelijk verslaggevingsbeleid, Stakeholders dialoog (Materialiteitsanalyse)

 
 

G4-19

Overzicht van alle materiële aspecten die geïdentificeerd zijn in het proces voor het bepalen van de inhoud van het verslag.

Stakeholderdialoog (Materialiteitsanalyse)

 
 

G4-20

De grenzen van de materiële aspecten die binnen de organisatie vallen.

Stakeholderdialoog (Materialiteitsanalyse)

 
 

G4-21

De grenzen van de materiële aspecten die buiten de organisatie vallen.

Stakeholderdialoog (Materialiteitsanalyse)

 
 

G4-22

Verslag van de gevolgen van eventuele aanpassingen van de informatie verstrekt in eerdere rapporten, en de redenen voor deze aanpassingen.

 

Er zijn geen aanpassingen doorgevoerd in de informatie zoals verstrekt in eerdere rapporten.

 

G4-23

Significante veranderingen ten opzichte van vorige verslagperiodes ten aanzien van de reikwijdte en aspectenafbakening.

 

Er zijn geen significante veranderingen geweest tijdens de verslagperiode.

 

G4-24

Lijst van groepen belanghebbenden die de organisatie heeft betrokken.

Stakeholderdialoog

 
 

G4-25

Basis voor inventarisatie en selectie van belanghebbenden.

Stakeholderdialoog

 
 

G4-26

Benadering van het betrekken van belanghebbenden.

Stakeholderdialoog

 
 

G4-27

De voornaamste onderwerpen en vraagstukken die naar voren zijn gekomen door de betrokkenheid van belanghebbenden en hoe de organisatie hierop heeft gereageerd.

Stakeholderdialoog, Profiel (Maatschappelijk verantwoord ondernemen), Verslag Raad van Bestuur (Duurzaam spoor)

 
 

G4-28

Verslaggevingsperiode.

 

Kalenderjaar 2016

 

G4-29

Datum van het vorige verslag.

 

42468

 

G4-30

Verslaggeving cyclus

 

Jaarlijks

 

G4-31

Contactpersoon

 

Zie http://www.prorail.nl/contact

 

G4-32

a. De 'in accordance' optie die de organisatie heeft gekozen.

Maatschappelijk verslaggevingsbeleid, GRI verslaggeving

GRI4 Comprehensive met accountantscontrole

  

b. GRI-index voor de gekozen optie.

  
  

c. Verwijzing naar het externe assurance-rapport, indien het rapport extern is geverifieerd.

  
 

G4-33

Beleid en huidige praktijk met betrekking tot het betrekken van externe assurance van het verslag.

Maatschappelijk verslaggevingsbeleid

 
 

G4-34

Bestuursstructuur van het hoogste bestuurslichaam en de commissies die verantwoordelijk zijn voor de besluitvorming ten aanzien van economische, sociale en ecologische impact.

Besturing (Corporate Governance)

De Executive committee besluit over strategische onderwerpen zoals ambitie en doelstellingen. De managementteams van de bedrijfseenheden besluiten over tactische onderwerpen zoals de planning, monitoring en investeringen in verbetermaatregelen. Het milieu- en veiligheidsbeleid op tactisch niveau wordt vastgesteld door het Landelijk Comité Milieu en Landelijk Comité Veiligheid, waarin de managementteams van de bedrijfseenheden met toereikend mandaat vertegenwoordigd zijn en namens de managementteams kunnen besluiten. De bedrijfseenheden nemen operationele besluiten.

 

G4-35

Het proces voor het delegeren van bevoegdheden door het hoogste bestuursorgaan naar managers en andere werknemers inzake de economische, sociale en ecologische onderwerpen.

Besturing (Corporate Governance)

 Zie ook G4-34

 

G4-36

Verantwoordelijkheid voor economische, milieu- en sociale onderwerpen, op directieniveau en of functionarissen die rechtstreeks rapporteren aan het hoogste bestuursorgaan.

Besturing (Corporate Governance), Profiel (Maatschappelijk verantwoord ondernemen)

Duurzaamheid is een integraal onderdeel van het lijnmanagement, ondersteund door de staffunctie milieu. Milieu is een onderwerp dat integraal onderdeel uitmaakt van het werk van de bedrijfseenheden.

 

G4-37

Het consultatieproces tussen stakeholders en het hoogste bestuursorgaan over economische, ecologische en sociale onderwerpen.

Stakeholderdialoog

 
 

G4-38

De samenstelling van het hoogste bestuursorgaan.

Besturing (Corporate Governance)

 
 

G4-39

Rol van de voorzitter van het hoogste bestuursorgaan.

Besturing (Corporate Governance)

 
 

G4-40

Proces voor het bepalen van de kwalificaties en expertise van de leden van het hoogste bestuursorgaan en de criteria voor benoeming.

Besturing (Corporate Governance)

 
 

G4-41

Processen waarmee het hoogste bestuursorgaan waarborgt dat strijdige belangen worden vermeden en gemanaged.

Besturing (Corporate Governance)

 
 

G4-42

De rol van het hoogste bestuurslichaam en top managers in de ontwikkeling, goedkeuring, en actualisering van de missie en visie, strategie, beleid en doelstellingen ten aanzien van economische, ecologische en sociale impact.

Besturing (Corporate Governance)

 
 

G4-43

Maatregelen die zijn genomen om de kennis over economische, ecologische en sociale onderwerpen van het hoogste bestuursorgaan verder te ontwikkelen.

 

In 2016 is het onderwerp duurzaamheid meerdere malen in de Executive committee besproken waarbij ook duurzaamheidsonderwerpen inhoudelijk aan de orde zijn geweest.

 

G4-44

Evaluatieproces van de prestaties van het hoogste bestuursorgaan met betrekking tot de besturing van de economische, ecologische, en sociale onderwerpen en acties ondernomen naar aanleiding van deze evaluatie.

Besturing (Corporate Governance), Bericht van de Raad van Commissarissen

 
 

G4-45

De rol van het hoogste bestuursorgaan bij de identificatie en het managen van de economische, ecologische en sociale impact, risico's en kansen.

Besturing (Corporate Governance, Risicomanagement)

 
 

G4-46

De rol van het hoogste bestuursorgaan bij het beoordelen van de effectiviteit van risicomanagementprocessen van de organisatie ten aanzien van economische, ecologische en sociale onderwerpen.

Besturing (Corporate Governance, Risicomanagement)

 
 

G4-47

De frequentie van de evaluatie door het hoogste bestuurslichaam ten aanzien van de economische, ecologische en sociale impact, risico's en kansen.

Besturing (Corporate Governance, Risicomanagement)

 
 

G4-48

Het hoogste orgaan of functie die het duurzaamheidsverslag beoordeelt en goedkeurt en tevens zorgdraagt dat alle materiële aspecten zijn afgedekt.

Besturing (Corporate Governance)

 
 

G4-49

Het proces voor communicatie over kritische zorgen aan het hoogste bestuursorgaan.

Besturing (Risicomanagement)

De communicatie van kritieke zorgen richting de Executive committee (ExCo) verloopt via de Corporate Compliance Officer (CCO). De CCO ontvangt een melding vermoede misstand. ProRail heeft voor dergelijke meldingen een regeling vastgesteld. Kritische zorgen (incidenten, anders dan veiligheidsincidenten op het spoor) die niet via een melding vermoede misstand kenbaar worden gemaakt, worden via de lijn en/of CCO gecommuniceerd richting de ExCo.

 

G4-50

De aard en het totale aantal kritische zorgen die zijn gecommuniceerd aan het hoogste bestuursorgaan en de procedures die gevolgd zijn om deze aan te pakken en op te lossen.

Besturing (Risicomanagement)

 
 

G4-51

Beloningsbeleid van de leden van het hoogste bestuurslichaam, topmanagers en leidinggevenden.

Bericht van de Raad van Commissarissen, Jaarrekening (Bezoldiging)

 
 

G4-52

Het proces voor vaststelling van beloning.

Bericht van de Raad van Commissarissen, Besturing (Corporate Governance)

 
 

G4-53

Het proces dat zorg draagt dat standpunten van belanghebbenden ten aanzien van beloning worden meegenomen.

Bericht van de Raad van Commissarissen

 
 

G4-54

De verhouding van het jaarsalaris van de best betaalde persoon van de organisatie in elk land van significante bedrijfsactiviteiten tot de mediaan van het jaarsalaris van alle werknemers.

 

Deze ratio bedroeg 4,3 in 2016, gemeten aan de hand van het totale jaarsalaris.

 

G4-55

De verhouding van de procentuele toename van de jaarlijkse totale vergoeding voor de best betaalde persoon van de organisatie in elk land van significante bedrijfsactiviteiten tot de mediaan van deze toename voor alle werknemers.

 

De salarisstijging voor de best betaalde persoon bedroeg 0% in 2016. De salarisstijging op basis van het ProRail gemiddelde bedroeg 1,8% in 2016.

 

G4-56

De waarden, principes, standaarden en gedragsnormen van de organisatie, zoals gedragscodes en ethische codes.

Besturing (Corporate Governance)

ProRail hecht aan een professionele opstelling van zijn medewerkers. ProRail medewerkers werken respectvol samen, doen integer zaken en gaan zorgvuldig om met bedrijfsmiddelen. De kernwaarden van ProRail vormen de basis voor de opstelling van de medewerkers, zoals die zijn verwoord in de gedragscode en onderliggende regelingen. De missie van ProRail is: ProRail verbindt, verbetert en verduurzaamt. De kernwaarden en missie zijn onderwerp van gesprek in alle lagen van de organisatie, en deze gesprekken worden vanuit de Executive committee gestimuleerd.

 

G4-57

De interne en externe procedures ten aanzien van ethiek en gedrag, alsmede zaken met betrekking tot integriteit, zoals hulplijnen of advieslijnen.

Besturing (Risicomanagement)

Elke ProRail-medewerker kan intern ongewenst gedrag en intimidatie (intern of extern) melden bij de direct leidinggevende, een vertrouwenspersoon of de compliance officer. Meldingen van buiten kunnen bij de vertrouwenspersoon, de president-directeur of de compliance officer worden gemeld. ProRail kent hiervoor het Reglement Klachtenprocedure Ongewenst Gedrag ProRail B.V., behorende als bijlage bij de cao.

 

G4-58

De interne en externe procedures voor het melden van (vermoeden van) onethisch of onwettig gedrag, en zaken die verband houden met integriteit, zoals escalatie van het lijnmanagement, klokkenluidersregeling of meldpunten.

Besturing (Risicomanagement)

Medewerkers van ProRail kunnen op een adequate en veilige wijze vermoede misstanden binnen de organisatie melden. Een betrokkene van een vermoede misstand kan een melding doen bij onder andere zijn of haar leidinggevende, een vertrouwenspersoon of de CCO. Daarnaast kan melding worden gemaakt van ongewenst gedrag en integriteitsschendingen. Dit kan bij de leidinggevende maar ook bij de vertrouwenspersoon Ongewenst Gedrag en Integriteit; dit kan zowel in- als extern. Een klacht kan ook (direct) worden ingediend bij de klachtencommissie. Een melding van ongewenst gedrag blijft altijd vertrouwelijk. ProRail kent hiervoor het Reglement Klachtenprocedure Ongewenst Gedrag ProRail B.V., behorende als bijlage bij de cao.

 

GRI indicator

Economische prestatie indicatoren

Verwijzing

Directe beantwoording

  

DMA: economische prestaties

Verslag Raad van Bestuur (Financiën), Jaarrekening

 
  

DMA: Effectieve bestedingen

Verslag Raad van Bestuur (Financiën), Jaarrekening

 
  

DMA: Lagere kosten

Verslag Raad van Bestuur (Financiën), Jaarrekening

 
  

DMA: Professioneel opdrachtgeversschap

Profiel (Maatschappelijk verantwoord ondernemen)

 
 

G4-EC1

Directe economische waarden die zijn gegenereerd en gedistribueerd.

Verslag Raad van Bestuur (Financiën), Jaarrekening

 
 

G4-EC2

Financiële implicaties en andere risico’s en mogelijkheden voor de activiteiten van de organisatie als gevolg van klimaatverandering.

 

Het spoor is gevoelig voor extreem weer. Treinreizigers weten dit uit eigen ervaring, maar ook statistisch is dit terug te zien. Langetermijn klimaatverandering brengt toename van een aantal extremen met zich mee. ProRail wil de effecten van een veranderend klimaat op het spoorsysteem inzichtelijk en beheersbaar maken.
In 2015 heeft ProRail in samenwerking met de ketenpartners een routekaart naar een ‘klimaat robuust’ spoorsysteem uitgewerkt en vastgesteld. In 2020 heeft ProRail een pakket met maatregelen klaar, dat waar nodig, ingezet kan worden. Het pakket bevat onder meer een monitoringsplan en zowel proces- als fysieke maatregelen. Daar waar nodig zijn al maatregelen getroffen.

 

G4-EC3

Dekking van de verplichtingen in verband met het vastgestelde uitkeringenplan van de organisatie.

Jaarrekening

 
 

G4-EC4

Significante financiële steun van een overheid.

Verslag Raad van Bestuur (Financiën), Jaarrekening

 
 

G4-EC5

Spreiding in de verhouding tussen het standaard aanvangssalaris en het lokale minimumloon op belangrijke bedrijfslocaties.

 

In Nederland heeft iedere werknemer het wettelijke recht op minimumloon en wordt er geen onderscheid gemaakt naar geslacht en/of regio. ProRail houdt zich aan de Nederlandse wet- en regelgeving. Daarnaast zijn de salarisschalen inclusief aanvangs- en eindsalaris opgenomen in de cao van ProRail. Hieruit is op te maken dat het laagste aanvangssalaris (EUR 1.785; per 1 maart 2016) hoger is dan het wettelijke minimumloon (EUR 1.525).

 

G4-EC6

Aandeel van het management dat afkomstig is uit de lokale gemeenschap op significante bedrijfslocaties.

 

ProRail is alleen actief in Nederland. Deze indicator is derhalve niet relevant voor ProRail.

 

G4-EC7

Ontwikkeling en impact van investeringen in infrastructuur en ondersteunende diensten.

 

Het bouwen en onderhouden van infrastructuur is één van de kernactiviteiten van ProRail. Deze indicator is daarom geen indirecte impact voor ProRail maar een directe impact gerapporteerd onder G4-C1.

 

G4-EC8

Beschrijving van significante indirecte economische impacts.

 

ProRail heeft een indirecte economische impact op de arbeidsmarkt mede omdat ProRail grote infrastructurele projecten aanbesteedt. Dit geldt met name voor de bouwsector waar ProRail een belangrijke opdrachtgever is. Daarnaast heeft ProRail een belangrijke indirecte economische impact op congestiegebieden en ontsluiting van meer afgelegen dun bevolkte gebieden.

 

G4-EC9

Percentage van uitgaven aan lokaal gevestigde leveranciers.

 

ProRail is actief in Nederland en doet overwegend zaken met Nederlandse bedrijven. Deze indicator is derhalve niet relevant voor ProRail.

 

GRI indicator

Milieu prestatie indicatoren

Verwijzing

Directe beantwoording

 

G4-EN1

Totale hoeveelheid gebruikte materialen naar gewicht of volume.

 

ProRail laat continu investeringsprogramma’s uitvoeren voor uitbreiding en vervanging van infrastructuur (spoorinfrastructuur en stations). Daarbij worden veel gebruikte materialen, apparaten etc. uit de infrastructuur verwijderd, en nieuwe materialen aangevoerd en aangebracht door de leveranciers van ProRail. De op jaarbasis gebruikte materiaal hoeveelheden zijn niet bekend en derhalve kan deze indicator niet betrouwbaar worden gerapporteerd.

 

G4-EN2

Percentage van de gebruikte materialen dat bestaat uit gerecyclede materialen

Verslag Raad van Bestuur (Duurzaam spoor)

Zie ook EN1

 

G4-EN3

Energieverbruik binnen de organisatie.

Verslag Raad van Bestuur (Duurzaam spoor)

Totaal energieverbruik binnen de organisatie bedraagt 1.342 TJ. Hiervan is ruim 1.110 TJ duurzaam ingekocht als groene stroom[1].

 

G4-EN4

Energieverbruik buiten de organisatie.

Verslag Raad van Bestuur (Duurzaam spoor)

Totaal energieverbruik buiten de organisatie bedraagt 13.029 TJ.

 

G4-EN5

Energie intensiteitsratio.

 

ProRail rapporteert deze indicator voor drie categorieën.
- Stations (gerapporteerd per m2): 0,25 GJ/m2
- Infra (per km spoor): 106,8 GJ/km
- Kantoren (per m2): 1,13 GJ/m2
De energie Efficiency Index bedroeg 111% in 2015.

 

G4-EN6

Reductie van het energieverbruik.

Verslag Raad van Bestuur (Duurzaam spoor)

ProRail heeft in 2015 voor 21,3 TJ aan besparingsmaatregelen getroffen.

 

G4-EN7

Reductie van de energiebehoefte ten aanzien van producten en diensten.

Verslag Raad van Bestuur (Duurzaam spoor)

Door het opheffen van snelheidsbeperkingen en het verminderen van wissels zorgt ProRail ervoor dat er minder energie nodig voor het rijden van treinen. Deze besparing is ongeveer 14,2 TJ.

 

G4-EN8

Totale wateronttrekking per bron.

 

ProRail onttrekt geen water direct van bronnen. Deze indicator is derhalve niet relevant voor ProRail.

 

G4-EN9

Waterbronnen waarvoor wateronttrekking significante gevolgen heeft.

 

ProRail onttrekt geen water direct van bronnen. Deze indicator is derhalve niet relevant voor ProRail.

 

G4-EN10

Percentage en totaal volume van gerecycled en hergebruikt water.

 

ProRail onttrekt geen water direct van bronnen. Deze indicator is niet relevant voor ProRail.

 

G4-EN11

Bedrijfslocaties die eigendom zijn, gehuurd worden, beheerd worden in of grenzen aan beschermde gebieden alsmede gebieden met een hoge biodiversiteitwaarde buiten beschermde gebieden.

 

In 2012 is door ProRail een kaart opgesteld met spoordoorkruisingen van Natura2000 gebieden. Alhoewel het spoor aan verandering onderhevig is, zijn er in 2016 slechts zeer geringe wijzigingen in het aantal en de locatie van de doorkruisingen. De kaart geeft derhalve een getrouw beeld van het spoor en doorkruisingen van Natura2000 gebieden. We verwijzen derhalve naar het jaarverslag over 2012.

 

G4-EN12

De significante impact van activiteiten, producten en diensten op de biodiversiteit in beschermde gebieden alsmede gebieden met een hoge biodiversiteitwaarde buiten beschermde gebieden.

Verslag Raad van Bestuur (Duurzaam spoor)

 
 

G4-EN13

Beschermde of herstelde habitats.

Verslag Raad van Bestuur (Duurzaam spoor)

 
 

G4-EN14

Aantal op de rode lijst van de IUCN vermelde soorten en soorten op nationale beschermingslijsten met habitats in gebieden binnen de invloedssfeer van bedrijfsactiviteiten, ingedeeld naar hoogte van het risico van uitsterven.

Verslag Raad van Bestuur (Duurzaam spoor)

 
 

G4-EN15

Directe emissies van broeikasgassen naar gewicht (scope 1).

Verslag Raad van Bestuur (Duurzaam spoor)

Directe emissies van broeikasgassen naar gewicht bedraagt 10 kton.

 

G4-EN16

Indirecte emissies van broeikasgassen naar gewicht (scope 2).

Verslag Raad van Bestuur (Duurzaam spoor)

Indirecte emissies van broeikasgassen naar gewicht bedraagt 8 kton.

 

G4-EN17

Andere relevante indirecte emissies van broeikasgassen naar gewicht (scope 3).

Verslag Raad van Bestuur (Duurzaam spoor)

In 2015 bedroegen de emissies: ~130 kton ten gevolge van materialengebruik voor aanleg en onderhoud van het spoor en ~35 kton ten gevolge van tractie energie van de vervoerders.

 

G4-EN18

Broeikasgassenemissie-intensiteitsratio.

 

Deze data kan momenteel nog niet betrouwbaar gerapporteerd worden door ProRail.

 

G4-EN19

Reductie van broeikasgasemissies.

 

Deze data kan momenteel nog niet betrouwbaar gerapporteerd worden door ProRail.

 

G4-EN20

Emissie van ozonafbrekende stoffen.

 

Emissies van ozonafbrekende stoffen van ProRail is niet materieel. Deze indicator is derhalve niet relevant voor ProRail.

 

G4-EN21

NOx, SOx en andere significante luchtemissies.

 

Het is niet zo dat spoor geen emissies heeft, maar in het algemeen zijn ze niet van grote invloed en leiden ze niet tot overschrijding van normering. Derhalve komen in de jaarrapportage Luchtkwaliteit van RIVM, de woorden ‘spoor’ en ‘ trein’ niet voor. Voor de luchtkwaliteit zijn wegvervoer en industrie dominant; derhalve is deze indicator niet materieel.

 

G4-EN22

Totale waterafvoer naar kwaliteit en bestemming

 

Waterverbruik bij ProRail vindt plaats in de kantoren (ongeveer 20%) en op rangeerterreinen (ongeveer 80%). Op de rangeerterreinen levert ProRail watervoorzieningen aan de vervoerders voor het wassen van treinen in wasstraten, het wassen van interieurs van treinen, voor het aanvullen van watervoorraden in de treinen, overige activiteiten in kantoren en werkplaatsen. Deze partijen zijn zelf verantwoordelijk voor hun waterverbruik en het eventuele besparingsbeleid. Derhalve is deze indicator niet materieel.

 

G4-EN23

Totaalgewicht afval naar type en verwijderingsmethode.

 

In totaal heeft Van Gansewinkel 571 ton afval verwijderd en verwerkt voor ProRail. Dit bestond uit de volgende categorieën: restafval 356 ton, papier/karton 143 ton, vertrouwelijk papier 38 ton, voedselresten 19 ton, glas 4 ton, folie/kunststoffen 9 ton, bouw & sloopafval 0 ton, gevaarlijk afval 0,2 ton, hout 0 ton, wit/bruingoed 2 ton. Dit overzicht betreft het afval van de kantoorlocaties van ProRail.

 

G4-EN24

Totaal aantal en volume van significante lozingen.

 

Verspilling van olie, benzine, chemicaliën en andere stoffen spelen geen rol in de kernprocessen van ProRail. Deze indicator is niet relevant voor ProRail.

 

G4-EN25

Gewicht van getransporteerd, geïmporteerd, geëxporteerd of verwerkt afval dat als gevaarlijk geldt op grond van bijlage I, II, III en VIII van de Conventie van Bazel en het percentage afval dat internationaal is getransporteerd.

 

ProRail vervoert zelf geen gevaarlijk afval. Deze indicator is niet relevant voor ProRail.

 

G4-EN26

Benaming, grootte, beschermingsstatus en biodiversiteitwaarde van wateren en gerelateerde habitats die significante gevolgen ondervinden van de waterafvoer en -afvloeiing van de verslaggevende organisatie.

 

ProRail voert zelf geen water af naar wateren. Deze indicator is niet relevant voor ProRail.

 

G4-EN27

Initiatieven ter compensatie van de milieugevolgen van producten en diensten en de omvang van deze compensatie.

 

Deze wordt reeds onder andere indicatoren gerapporteerd (energie, broeikasgasemissies en biodiversiteit). Deze indicator is niet relevant voor ProRail.

 

G4-EN28

Percentage producten dat is verkocht en waarvan de verpakking is ingezameld, naar categorie.

 

ProRail levert geen producten met verpakkingsmateriaal. Deze indicator is derhalve niet relevant voor ProRail.

 

G4-EN29

Monetaire waarde van significante boetes en totaal aantal niet-monetaire sancties wegens het niet naleven van milieuwet en - regelgeving.

 

Het totaal aantal overtredingen geconstateerd door bevoegd gezag betrof 23. Dit heeft niet geleid tot significante boetes.

 

G4-EN30

Significante milieugevolgen van het transport van producten en andere goederen en materialen die worden gebruikt voor de activiteiten van de organisatie en het vervoer van personeelsleden

 

Materialen ten behoeve van aanleg en onderhoud van het spoor worden door aannemers vervoerd. Deze indicator is derhalve niet relevant voor ProRail.

 

G4-EN31

Totale uitgaven aan en investeringen in milieubescherming naar type.

 

ProRail is momenteel niet in staat deze investeringen betrouwbaar te rapporteren. Reden is dat deze dermate verweven zijn met de operationele activiteiten dat deze niet afzonderlijk gespecificeerd zijn.

 

G4-EN32

Percentage van nieuwe leveranciers dat gescreend is op milieucriteria.

 

ProRail is een opdrachtgeverorganisatie. Daardoor is de mate waarin opdrachtnemers/leveranciers rekening houden met milieucriteria van grote invloed op het resultaat van ProRail. 45% á 60% van de inkoopomzet betreft werkzaamheden die de veiligheid en beschikbaarheid van de spoorinfrastructuur beïnvloeden. Deze omzet loopt via de erkenningsregeling van ProRail. Binnen deze regeling wordt 100% gescreend op de aanwezigheid van een milieumanagementsysteem conform ISO 14001, of delen daarvan voor zover nodig, om te kunnen blijven voldoen aan de regelgeving die voor het bedrijf relevant is. Naast het screenen van zijn belangrijkste opdrachtnemers (die werkzaamheden aan het spoor verrichten,) stelt ProRail inkoopvoorwaarden, contractbepalingen en duurzame inkoopeisen ten aanzien van milieuaspecten.

 

G4-EN33

Significantebestaande en potentiële negatieve impact op milieu in de supply chain, alsmede de getroffen maatregelen.

 

ProRail kan op dit moment niet betrouwbaar rapporteren op deze indicator. ProRail heeft wel beleid en onderneemt activiteiten om zijn negatieve impact in de supply chain te verbeteren ten aanzien van het milieu, arbeidsomstandigheden en de samenleving. Dit doet ProRail door:
1. Algemene inkoopvoorwaarden en het stellen van selectie- en gunningseisen aan leveranciers;
2. Toezicht houden op de bedrijfsvoering en werkzaamheden van leveranciers;
3. Samenwerking met de gehele spoorbranche door actieve deelname aan de werkzaamheden van de stichting railAlert op het gebied van veiligheid (arbeidsveiligheid en spoorwegveiligheid).

 

G4-EN34

Aantal milieuklachten ingediend, aangepakt en opgelost door middel van formele klachtenprocedures.

Stakeholdersdialoog

In 2016 zijn in totaal 13.323 vragen/klachten bij Publiekscontacten binnengekomen waarvan 2.959 vallend onder de categorie milieuklachten. ProRail registreert onder de categorie milieuklachten:
• Geluid en trillingen: 1.767
• Natuur (kappen, snoeien, slootonderhoud): 581
• Stank en vervuiling: 443
• Beeld en licht: 168
Het aantal opgeloste klachten kan door ProRail niet betrouwbaar worden gerapporteerd.

 

GRI indicator

Arbeidsomstandigheden en indicatoren voor volwaardig werk

Verwijzing

Directe beantwoording

 

G4-LA1

Totaal aantal en snelheid van personeelsverloop per leeftijdsgroep en geslacht.

Verslag Raad van Bestuur (Medewerkers)

ProRail had de volgende aantallen indiensttredingen in 2016:
Mannen
- Jonger dan 30 jaar: 74
- Tussen 30 en 50 jaar: 162
- Ouder dan 50 jaar: 40
Vrouwen
- Jonger dan 30 jaar: 37
- Tussen 30 en 50 jaar: 64
- Ouder dan 50 jaar: 17

 

G4-LA2

Uitkeringen aan voltijdmedewerkers die niet beschikbaar zijn voor deeltijdmedewerkers, per grootschalige activiteit.

 

ProRail heeft geen verschillen in arbeidsvoorwaarden voor full-time (FT) en part-time (PT) medewerkers. Een uitzondering hierop zijn de VTW en OBP regelingen. Beide regelingen zijn bedoeld voor optimalisatie van de privé-werk balans voor FT-medewerkers. Deze gelden niet voor PT-medewerkers omdat deze gekozen hebben om minder te werken en voor een andere invulling gekozen hebben met betrekking tot privé-werkbalans.

 

G4-LA3

Herintreding en retentieratio na ouderschapsverlof, naar geslacht.

 

In 2016 keerden 173 van de 180 medewerkers terug na ouderschapsverlof. De 'terugkeer naar werk'-ratio is derhalve 96%.

 

G4-LA4

Minimale opzegtermijn(en) in verband met operationele veranderingen, inclusief of dit wordt gespecificeerd in collectieve overeenkomsten.

 

Bij ProRail is in het kader van operationele wijzigingen de Sociale Spelregels en het Sociaal Plan van toepassing. ProRail vraagt vooraf formeel advies aan de OR op basis van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR). De OR geeft binnen een redelijke termijn haar advies. Vervolgens neemt ProRail zijn ondernemersbesluit. Met dit besluit is duidelijk welke functies vervallen, (on-) gewijzigd blijven of nieuw ontstaan. Na dit besluit volgt de uitvoering en volgt het plaatsingsproces van medewerkers. Hele proces is streng geprotocolleerd via Sociale Spelregels en Sociaal Plan (onderdeel van de cao Sociale Eenheid) dat op ProRail van toepassing is. Voor alle ProRail medewerkers geldt een opzegtermijn van 1 maand zoals geregeld in de cao. In een aantal specifieke gevallen worden in de arbeidsovereenkomsten afwijkende afspraken gemaakt.

 

G4-LA5

Percentage van het totale personeelsbestand dat is vertegenwoordigd in formele gezamenlijke Arbo-commissies van werkgevers en werknemers die bijdragen aan de controle op en advies over Arbo-programma’s.

 

Alle medewerkers van ProRail worden gerepresenteerd door Arbo-commissies. Deze Arbo-commissies vallen onder de ondernemingsraad en houden zich bezig met zaken op het gebied van arbeidsomstandigheden, veiligheid, gezondheid en welzijn.

 

G4-LA6

Letsel-, beroepsziekte-, uitvaldagen- en verzuimcijfers en het aantal werkgerelateerde sterfgevallen naar geslacht en regio.

Verslag Raad van Bestuur (Veiligheid)

 
 

G4-LA7

Werknemers met een hoog risico op ziekten die verband houden met hun beroep.

 

ProRail is hoofdzakelijk een kantooromgeving waar het risico gering is. Enkele functies hebben ook werkzaamheden aan het spoor in een risicovolle omgeving. ProRail bedient echter ook vervoerders van gevaarlijke stoffen en desbetreffende medewerkers kunnen in aanraking komen met gevaarlijke stoffen; deze stoffen komen alleen vrij bij incidenten. ProRail heeft in zijn veiligheidsmanagementsysteem (VMS) maatregelen opgenomen om deze risico's in te dammen

 

G4-LA8

Afspraken over Arbo-onderwerpen vastgelegd in formele overeenkomsten met vakbonden.

 

De (duurzame) inzetbaarheid van zijn medewerkers heeft ProRail onder andere vastgelegd in de ProRail-cao 2015-2017. Dit betreft onder andere: het faciliteren van gezond en plezierig werken, het vergroten van loopbaanscope, het vergroten van (interne) mobiliteit door middel van het Loopbaancentrum voor alle in, door en uitstroom inclusief re-integratie.

 

G4-LA9

Gemiddeld aantal uren dat een werknemer per jaar besteedt aan opleidingen, onderverdeeld naar werknemerscategorie.

 

Medewerkers hebben de mogelijkheid om interne en externe opleidingen te volgen. Het aantal bestede uren aan externe opleidingen wordt niet geregistreerd. ProRail kan op dit moment niet betrouwbaar rapporteren op deze indicator.

 

G4-LA10

Programma’s voor competentiemanagement en levenslang leren die de blijvende inzetbaarheid van werknemers garanderen en hen helpen bij het afronden van hun loopbaan.

Verslag Raad van Bestuur (Medewerkers)

 
 

G4-LA11

Percentage werknemers dat regelmatig wordt ingelicht omtrent prestatie- en loopbaanontwikkeling naar geslacht en medewerkerscategorie.

 

Alle medewerkers ontvangen jaarlijks een beoordeling met betrekking tot het functioneren. Hierop wordt een uitzondering gemaakt indien de medewerker in de loop van het jaar in dienst is getreden of langdurig ziek is geweest. Het percentage medewerkers dat is beoordeeld bedraagt 94,6%. Van de afzonderlijke medewerkersgroepen bedragen de percentages:
Leidinggevende / vrouw: 88%
Leidinggevende / man: 90%
Niet-leidinggevende / vrouw: 95%
Niet-leidinggevende / man 95%

 

G4-LA12

Samenstelling van bestuurslichamen en onderverdeling van werknemers per categorie, naar geslacht, leeftijdsgroep en andere indicatoren van diversiteit.

Verslag Raad van Bestuur (Medewerkers), Besturing (Corporate Governance)

 
 

G4-LA13

Verhouding tussen basissalarissen van mannen en vrouwen naar werknemerscategorie en bedrijfslocatie.

 

ProRail maakt geen onderscheid tussen de salarisschalen voor mannen en vrouwen. De verhouding van de actuele salarissen (gerapporteerd als ratio voor vrouw/man) is als volgt:
executive committee: 85%
management: 92%
niet-management: 83%

 

G4-LA14

Percentage van nieuwe leveranciers die gescreend zijn op 'arbeidsomstandigheden' criteria.

 

ProRail is een opdrachtgeverorganisatie. Daardoor is de mate waarin opdrachtnemers / leveranciers rekening houden met arbeidsomstandigheden van grote invloed op het resultaat van ProRail. 45 á 60 % van de inkoopomzet betreft werkzaamheden die de veiligheid en beschikbaarheid van de spoorinfrastructuur beïnvloeden. Deze omzet loopt via de erkenningsregeling van ProRail. Binnen deze regeling wordt 100% gescreend op de aanwezigheid van een VCA-certificaat, maatschappelijk verantwoord arbeidsvoorwaardenbeleid, het voldoen aan betalingsverplichtingen sociale zekerheidsbijdragen, gedrag jegens werknemers en ingehuurde medewerkers als een goed en maatschappelijk verantwoord werkgever, toepassing cao (geen concurrentie op arbeidsvoorwaarden indien en voor zover de cao Railinfrastructuur algemeen verbindend is verklaard) en beloning in te huren arbeidskracht dient minimaal gelijk te zijn aan dat van vergelijkbare eigen werknemers.

 

G4-LA15

Significante bestaande en potentiële negatieve impact op arbeidsomstandigheden in de supply chain, alsmede de getroffen maatregelen.

 

Zie EN33

 

G4-LA16

Aantal klachten over arbeidsomstandigheden ingediend, aangepakt en opgelost door middel van formele klachtenprocedures.

 

Er zijn in 2016 geen klachten ingediend waarbij mensen hun zorgen uiten over onveilige arbeidsomstandigheden.

 

GRI indicator

Mensenrechten

Verwijzing

Directe beantwoording

 

G4-HR1

Percentage van en totaal aantal aanmerkelijke investeringsovereenkomsten waarin clausules over mensenrechten zijn opgenomen of waarvan de naleving van de mensenrechten is getoetst.

 

De activiteiten van ProRail vinden uitsluitend in Nederland plaats waar de mensenrechten zijn geborgd in nationale wet- en regelgeving. ProRail opereert en investeert dus niet in gebieden waar de bescherming van de mensenrechten (kinderarbeid en gedwongen arbeid e.d.) in het geding is. Deze indicator is niet relevant voor ProRail.

 

G4-HR2

Totaal aantal uren personeelstraining over beleid en procedures betreffende aspecten van mensenrechten die relevant zijn voor de activiteiten, met inbegrip van het percentage van het personeel dat de trainingen gevolgd heeft.

 

Zie HR1. Deze indicator is niet relevant voor ProRail.

 

G4-HR3

Totaal aantal gevallen van discriminatie en de getroffen maatregelen.

Verslag Raad van Bestuur (Medewerkers)

ProRail is alert op discriminatie. Medewerkers kunnen in geval van ongewenst gedrag en discriminatie contact opnemen met een vertrouwenspersoon. Tevens kan een klacht worden ingediend bij de klachtencommissie Ongewenst Gedrag. Er zijn in 2016 geen meldingen geweest met betrekking tot gevallen van discriminatie.

 

G4-HR4

Activiteiten en leveranciers waarvan is vastgesteld dat daarbij een aanzienlijk risico zou kunnen gelden voor het recht op de uitoefening van de vrijheid van vereniging en collectieve arbeidsonderhandelingen, alsmede de maatregelen die zijn getroffen ter ondersteuning van deze rechten.

 

Zie HR1

 

G4-HR5

Activiteiten en leveranciers waarvan is vastgesteld dat er een aanzienlijk risico is van gevallen van kinderarbeid, alsmede de maatregelen die zijn getroffen gericht op de uitbanning van kinderarbeid.

 

Zie HR1

 

G4-HR6

Activiteiten en leveranciers waarvan is vastgesteld dat er een aanzienlijk risico is van gevallen van gedwongen of verplichte arbeid, alsmede de maatregelen die zijn getroffen gericht op de uitbanning van gedwongen of verplichte arbeid.

 

Zie HR1

 

G4-HR7

Percentage van het beveiligingspersoneel dat training heeft gevolgd in het beleid of de procedures van de organisatie betreffende aspecten van de mensenrechten die relevant zijn voor de activiteiten.

 

Zie HR1

 

G4-HR8

Totaal aantal gevallen van overtreding van de rechten van de inheemse bevolking, alsmede de getroffen maatregelen.

 

Zie HR1

 

G4-HR9

Totaal aantal en percentage van de activiteiten welke onderworpen zijn aan mensenrechten reviews of impact assessments.

 

Zie HR1

 

G4-HR10

Percentage van nieuwe leveranciers dat gescreend is op 'mensenrechten' criteria.

 

ProRail doet hoofdzakelijk zaken met Nederlandse en enkele Europese leveranciers. Nederland en andere Europese landen hebben de mensenrechten in nationale en Europese wetgeving geborgd. Mensenrechten staan in het Handvest van de grondrechten, waar de EU zich aan moet houden. Zie ook HR1.

 

G4-HR11

Significante bestaande en potentiële negatieve impact op mensenrechten in de supply chain, alsmede de getroffen maatregelen.

 

Zie HR1

 

G4-HR12

Aantal klachten over mensenrechten ingediend, aangepakt en opgelost door middel van formele klachtenprocedures.

 

Er zijn in 2016 geen klachten ingediend over mensenrechten.

 

GRI indicator

Maatschappelijk

Verwijzing

Directe beantwoording

 

G4-SO1

Effecten van de activiteiten op de gemeenschap.

Verslag Raad van Bestuur (Omgeving)

Uit analyse van klachten blijkt dat het grootste aandeel van klachten komt door geluidsoverlast. Alle ProRail projecten worden getoetst op het onderwerp geluid. Indien geluidgroei dreigt plaats te vinden, wordt dit ofwel opgevangen met maatregelen aan de bron (zonder procedure, derhalve zonder afstemming met de omgeving), ofwel met maatregelen in de overdracht (geluidschermen) of aan de gevel van woningen (met procedure en derhalve altijd op basis van inspraak van de omgeving).

 

G4-SO2

Activiteiten met een significante bestaande en potentiële negatieve impact op de lokale gemeenschap.

Verslag Raad van Bestuur (Omgeving)

ProRail maakt in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu een geluidkaart. Deze geluidkaart laat zien wat de impact is van geluid op baanvakken op de omgeving. Deze geluidkaart wordt door de minister vastgesteld en gepubliceerd voor het publiek via internet (http://www.geluidspoor.nl/).

 

G4-SO3

Percentage van en totaal aantal bedrijfseenheden geanalyseerd op corruptie gerelateerde risico’s.

 

Binnen ProRail is aandacht voor integriteit en compliance op alle afdelingen en niveau’s binnen de organisatie hetgeen tevens naar voren komt in de Gedragscode.

 

G4-SO4

Communicatie en training inzake anticorruptiebeleid en -procedures.

Besturing (Risicomanagement)

De Gedragscode van ProRail wordt jaarlijks breed gecommuniceerd aan alle medewerkers van ProRail.
Daarnaast verstrekt ProRail aan zijn business partners een document waarin de business principes zoals vastgelegd in de gedragscode worden gecommuniceerd.

 

G4-SO5

Bevestigde gevallen van corruptie, alsmede de getroffen maatregelen.

 

In 2016 hebben zich geen gevallen voorgedaan van corruptie.

 

G4-SO6

Totale waarde van politieke bijdragen naar lidstaat en ontvanger / begunstigde.

 

Daar ProRail zich te allen tijde onafhankelijk en objectief opstelt, doet men bij ProRail geen contributies aan politieke partijen en zal men ook geen politieke voorkeur naar buiten uiten. Om deze reden is de indicator niet materieel.

 

G4-SO7

Totaal aantal rechtszaken vanwege concurrentiebelemmerend gedrag, anti-kartel-, en monopolistische praktijken, alsmede de resultaten van deze rechtszaken.

 

De issues zoals anti trust, monopolie en anticompetitief gedrag is niet van toepassing op de rol die ProRail inneemt in de sector. Deze indicator is niet relevant voor ProRail.

 

G4-SO8

Monetaire waarde van significante boetes en totaal aantal niet-monetaire sancties wegens het niet naleven van wet- en -regelgeving.

 

Totale waarde van boetes als gevolg van het niet naleven van wet- en regelgeving bedraagt EUR – in 2016.

 

G4-SO9

Percentage van nieuwe leveranciers dat gescreend is op 'impact op de samenleving'-criteria.

 

ProRail is een opdrachtgeverorganisatie. Daardoor is de mate waarin opdrachtnemers / leveranciers rekening houden met omgevingscriteria van grote invloed op het resultaat van ProRail. 45 á 60 % van de inkoopomzet betreft werkzaamheden die de veiligheid en beschikbaarheid van de spoorinfrastructuur beïnvloeden. Deze omzet loopt via de erkenningsregeling van ProRail. Binnen deze regeling wordt 100% gescreend op eisen op het gebied van integriteit en uitsluiting in geval van delicten in strijd met de beroepsgedragsregels.

 

G4-SO10

Significante bestaande en potentiële negatieve impact voor de samenleving in de supply chain, alsmede de getroffen maatregelen.

 

Zie EN33

 

G4-SO11

Aantal klachten over impact op de samenleving ingediend, aangepakt en opgelost door middel van formele klachtenprocedures.

 

Zie EN34

 

G4-PR1

Percentage van significante product- en service categorieën waarvoor de impact voor gezondheid en veiligheid wordt beoordeeld in het kader van verbetering.

Verslag Raad van Bestuur (Veiligheid)

Veiligheid van reizigers, medewerkers en omwonenden staat bij ProRail centraal en is een van de strategische pijlers. Continue monitoring en verbeteren van veiligheid is daarom onderdeel van het beleid van ProRail. ProRail monitort zijn diensten op continue verbetering. Dit is geformaliseerd in het Veiligheid Management Systeem.

 

G4-PR2

Totaal aantal gevallen van niet-naleving van regelgeving en vrijwillige codes betreffende gevolgen voor gezondheid en veiligheid van producten en diensten gedurende de levensduur, naar type resultaat.

Verslag Raad van Bestuur (Veiligheid)

In 2016 waren er 3 constateringen als gevolg van overtredingen voortvloeiende uit inspecties van ILT (Inspectie Leefomgeving & Transport) en ISZW (Inspectie Sociale Zaken & Werkgelegenheid).

 

G4-PR3

Type informatie over producten en diensten dat verplicht wordt gesteld door procedures en het percentage van belangrijke producten en diensten die onderhevig zijn aan dergelijke informatie-eisen.

 

ProRail verkoopt geen consumentenproducten. Deze indicator is niet relevant voor ProRail.

 

G4-PR4

Totaal aantal gevallen van niet-naleving van regelgeving en vrijwillige codes betreffende informatie over en etikettering van producten en diensten, naar type resultaat.

 

ProRail verkoopt geen consumentenproducten. Deze indicator is niet relevant voor ProRail.

 

G4-PR5

Resultaten van klanttevredenheid onderzoeken.

Stakeholderdialoog

 
 

G4-PR6

Verkoop van verboden of betwiste producten.

 

ProRail verkoopt geen consumentenproducten. Deze indicator is niet relevant voor ProRail.

 

G4-PR7

Totaal aantal gevallen van niet-naleving van regelgeving en vrijwillige codes betreffende marketingcommunicatie, waaronder reclame, promotie en sponsoring, naar type resultaat.

 

ProRail verkoopt geen consumentenproducten. Deze indicator is niet relevant voor ProRail.

 

G4-PR8

Totaal aantal gegronde klachten over inbreuken op de privacy van klanten en het kwijtraken van klantgegevens.

 

ProRail verkoopt geen consumentenproducten. Deze indicator is niet relevant voor ProRail.

 

G4-PR9

Monetaire waarde van significante boetes wegens het niet naleven van wet- en -regelgeving betreffende de levering en het gebruik van producten en diensten.

 

Totale waarde van boetes ten aanzien van het niet naleven van de spoorwegwet en de spoorveiligheidsrichtlijn bedroeg EUR – in 2016.

 

[1] In het jaarverslag is voor de verantwoording inzake energieverbruik gebruik gemaakt van de actuele cijfers van 2015.

   
    Voeg toe aan Mijn verslag Toegevoegd aan Mijn verslag

    DMA-overzicht

    .

    Materiële thema's

    Bijbehorende GRI4 aspecten

    Aspect afbakening

         

    Management benadering

    Bijbehorende KPI's

       

    Toeleverende industrie (materialen)

    ProRail leveranciers

    ProRail

    Vervoerders

    Reizigers

    Samenleving / omgeving

      
     

    Duurzaam bouwen

    Screening van leveranciers op milieucriteria

     

        

    Professioneel opdrachtgeversschap, duurzaam GWW, CO2 prestatieladder

    GRI: EN32, EN33, EN34

     

    Energie & CO2 reductie

    Energie

      

    Energieverbruik, CO2 reductie in de keten

    CO2 prestatieladder trede 5

      

    Luchtemissies

           

    GRI: EN3, EN4, EN5, EN6, EN7, EN15, EN16, EN17

     

    Veiligheid

    Gezondheid & veiligheid van consumenten

     

    Veilig reizen, werken, leven

    Veilig reizen: STS passages

      

    Gezondheid & veiligheid van medewerkers

           

    Veilig leven: ongevallen, botsingen, ontsporingen, aantal dodelijke slachtoffers, zelfdodingen

      

    Arbeidsomstandigheden in de supply chain

           

    Veilig werken: veiligheidsladder, veiligheidsincidenten

              

    GRI: LA5, LA14, LA15, LA16, PR1, PR2

     

    Geluids- & Trilling reductie

    Impact op de gemeenschap

         

    Duurzaam leven - geluids- en trillingenreductie

    Aantal vermijdbare klachten

              

    GRI: SO1, SO2, SO11

     

    Betrouwbaar spoor

    Product verantwoordelijkheid

       

     

    Punctueel spoor

    Punctualiteit reizigersvervoer

              

    Punctualiteit regionale series

              

    Punctualiteit goederenvervoer

              

    Uitval

              

    TAO's (Treindienst aantastende onregelmatigheden)

     

    Biodiversiteit & inpassing in leefomgeving

    Biodiversiteit

         

    Duurzaam leven - biodiversiteit

    GRI: EN11, EN12, EN13, EN14

     

    Aansluiting andere types OV

    Producten en diensten

       

     

    Tevredenheid en evaluatie van onze stakeholders

    Er is op dit moment geen KPI waarmee dit gevolgd wordt

     

    Vervoer gevaarlijke stoffen

    Gezondheid & veiligheid van consumenten

       

     

    Veilig leven - Informatie gevaarlijke stoffen (IGS)

    Veilig leven: ongevallen, botsingen, ontsporingen

    Voeg toe aan Mijn verslag Toegevoegd aan Mijn verslag

    Assurance-rapport van de onafhankelijke accountant

    Aan: de aandeelhouder en de Raad van Commissarissen van ProRail B.V.

    Onze conclusie

    Wij hebben de duurzaamheidsinformatie in het Jaarverslag van ProRail B.V. (hierna ProRail) te Utrecht over 2016 beoordeeld. De reikwijdte van onze beoordelingsopdracht is beschreven in de sectie “Onze Scope”.

    Een beoordelingsopdracht is gericht op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid.

    Op grond van onze werkzaamheden is ons niets gebleken op basis waarvan wij zouden moeten concluderen dat de duurzaamheidsinformatie, in alle van materieel belang zijnde aspecten, geen betrouwbare en toereikende weergave geeft van:

    • het beleid en de bedrijfsvoering ten aanzien van maatschappelijk verantwoord ondernemen; en

    • de gebeurtenissen en de prestaties op dat gebied in 2016

    in overeenstemming met de Sustainability Reporting Guidelines versie G4 (optie Comprehensive) van Global Reporting Initiative (GRI) en de aanvullend intern gehanteerde verslaggevingscriteria zoals toegelicht in hoofdstuk Maatschappelijk verslaggevingsbeleid op pagina 70 van het Jaarverslag.

    Basis voor onze conclusie

    Wij hebben onze beoordeling met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie in het Jaarverslag verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Standaard 3810N “Assurance-opdrachten inzake maatschappelijke verslagen”. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie “Onze verantwoordelijkheden voor de beoordeling van de duurzaamheidsinformatie”.

    Wij vinden dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor onze conclusie.

    Onze onafhankelijkheid

    Wij zijn onafhankelijk van ProRail zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Dit houdt onder meer in dat wij geen activiteiten ondernemen die conflicterend kunnen zijn met onze onafhankelijke assurance-opdracht. Daarnaast hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

    Onze scope

    De duurzaamheidsinformatie bestaat uit hoofdstukken ‘Spoorvervoer’, ‘Omgeving’, ‘Medewerkers’, ‘Profiel’, ‘Stakeholderdialoog’, ‘Maatschappelijk verslaggevingsbeleid’ en ‘GRI Verslaggeving’ in het Jaarverslag 2016 van ProRail.

    In de duurzaamheidsinformatie is toekomstgerichte informatie opgenomen in de vorm van ambities, strategie, plannen, verwachtingen en ramingen. Inherent aan deze informatie is dat de werkelijke uitkomsten in de toekomst kunnen afwijken en daarom onzeker zijn. Wij geven geen zekerheid bij de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van toekomstgerichte informatie in de duurzaamheidsinformatie.

    Materialiteit

    Op basis van ons professionele oordeel hebben wij specifieke materialiteitsniveaus bepaald voor elk relevant onderdeel van de duurzaamheidsinformatie. Bij het beoordelen van onze materialiteitsniveaus hebben wij de relevantie van informatie voor zowel stakeholders als de organisatie in ogenschouw genomen, op basis van de door ProRail uitgevoerde materialiteitsanalyse. De materialiteit voor de door ons onderkende significante prestatie-indicatoren hebben wij bepaald op 5%, met uitzondering van de prestatie-indicatoren voor ‘veilig leven’ (aantal aanrijdingen op overwegen, aantal aanrijdingen op overwegen met dodelijk slachtoffers en aantal suïcides met dodelijk afloop), ‘veilig werken’ (aantal aanrijdingen personeel en aantal elektrocuties van personeel) en ‘punctueel spoor’ (geleverde treinpaden en punctualiteit), welke wij op 3% hebben bepaald. De kwalitatieve toelichtingen hebben wij op totaalniveau afgezet tegen de kwaliteitsprincipes van de Sustainability Reporting Guidelines G4 (optie Comprehensive) van GRI, die onder meer toezien op aspecten als evenwichtigheid, tijdigheid en balans van het Verslag.

    Verantwoordelijkheden van de Raad van Bestuur

    De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de duurzaamheidsinformatie in overeenstemming met de Sustainability Reporting Guidelines versie G4 (optie Comprehensive) van GRI en de aanvullend intern gehanteerde verslaggevingscriteria zoals toegelicht in hoofdstuk Maatschappelijk verslaggevingsbeleid op pagina 70 van het Jaarverslag, inclusief het identificeren van stakeholders en het bepalen van materiële onderwerpen. De door de Raad van Bestuur gemaakte keuzes ten aanzien van de reikwijdte van de duurzaamheidsinformatie en het verslaggevingsbeleid zijn uiteengezet in het hoofdstuk Maatschappelijk verslaggevingsbeleid.

    De Raad van Bestuur is ook verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opstellen van de duurzaamheidsinformatie mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.

    Onze verantwoordelijkheden voor de beoordeling van de duurzaamheidsinformatie

    Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een assurance-opdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte assurance-informatie verkrijgen voor de door ons af te geven conclusie.

    Wij passen de ‘Nadere voorschriften accountantskantoren ter zake van assurance-opdrachten RA’ toe. Op grond daarvan beschikken wij over een samenhangend stelsel van kwaliteitsbeheersing inclusief vastgelegde richtlijnen en procedures inzake de naleving van ethische voorschriften, accountantsstandaarden en andere van toepassing zijnde wet- en regelgeving.

    Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de beslissingen die gebruikers op basis van de duurzaamheidsinformatie nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze beoordelingswerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op onze conclusie.

    Een beoordeling is gericht op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid. De werkzaamheden die worden verricht bij het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid zijn gericht op het vaststellen van de plausibiliteit van informatie en zijn geringer in diepgang dan die bij een assurance-opdracht gericht op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. De in dit kader uitgevoerde werkzaamheden bestonden in hoofdzaak uit het inwinnen van inlichtingen bij functionarissen van de entiteit en het uitvoeren van cijferanalyses met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie. De mate van zekerheid die wordt verkregen bij beoordelingsopdrachten is daarom ook aanzienlijk lager dan de zekerheid die wordt verkregen bij controleopdrachten.

    Wij hebben deze beoordeling professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse Standaard 3810N, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen.

    Onze belangrijkste werkzaamheden bestonden uit:

    • Het uitvoeren van een omgevingsanalyse en het verkrijgen van inzicht in de relevante maatschappelijke thema’s en kwesties en de kenmerken van de organisatie.

    • Het evalueren van de aanvaardbaarheid van het verslaggevingsbeleid en de consistente toepassing hiervan, waaronder het evalueren van de uitkomsten van de dialoog met belanghebbenden en de redelijkheid van schattingen gemaakt door het management.

    • Het evalueren van de opzet en implementatie van de systemen en processen voor informatieverzameling en –verwerking voor de duurzaamheidsinformatie in het Jaarverslag

    • Het afnemen van interviews met management (of relevante medewerkers) verantwoordelijk voor de duurzaamheidsstrategie, –beleid en -prestaties.

    • Het afnemen van interviews met relevante medewerkers verantwoordelijk voor het aanleveren van informatie voor het Jaarverslag, het uitvoeren van interne controles op gegevens en de consolidatie van gegevens in de duurzaamheidsinformatie in het Jaarverslag.

    • Het analytisch evalueren van data en trends aangeleverd voor consolidatie op groepsniveau.

    Utrecht, 14 april 2017

    Ernst & Young Accountants LLP

    w.g. drs. R.T.H. Wortelboer RA

    Voeg toe aan Mijn verslag Toegevoegd aan Mijn verslag