Punctueel spoor

Punctualiteit

Onze doelstelling Punctueel spoor realiseren we door een dienstregeling die in de praktijk goed uitvoerbaar is en door samen met vervoerders de prestaties op het spoor te verbeteren. Hoewel onder het niveau van 2014, werden in 2015 goede punctualiteitscijfers behaald. De scores voor het reizigers- en goederenvervoer kwamen allemaal uit boven of gelijk aan de met het ministerie van Infrastructuur en Milieu afgesproken bodemwaarde.

Punctualiteit

Toelichting punctualiteit

Punctualiteit reizigersverkeer (< 3 minuten)
Gewogen gemiddelde (op basis van aantallen metingen) van de cijfers op 3 minuten voor Hoofdrailnet, Regionale Series en HSL-producten en ICE.

Reizigerspunctualiteit HRN (< 5 minuten)
De prestatie-indicator ‘reizigerspunctualiteit’ is ingevoerd in 2015 en wordt het komende jaar doorontwikkeld, derhalve is deze prestatie-indicator nog geen onderdeel van de uitgevoerde externe audit van EY Accountants.

Punctualiteit goederenverkeer (< 3 minuten)
Het percentage goederentreinen waarbij de vertraging t.o.v. het laatst gewijzigde plan (het actuele plan - dat sporadisch tijdens de rit nog gewijzigd wordt) op het eindpunt van de route minus de vertraging op het startpunt van de route kleiner is dan drie minuten. Als de vertrekvertraging negatief is, wordt deze op nul gezet. Punctualiteit van goederenverkeer wordt gemeten op zes vastgestelde goederenroutes voor alle treinen met de rijkarakteristieken GO (goederentreinen) en EUC (Europese Unit Cargo). Voor 2015 zijn deze zes vastgestelde goederenroutes: in beide richtingen (met genoemde tussenpunten): Kijfhoek – Eindhoven – Sloe, Beverwijk – Utrecht – Sittard, Amsterdam Westhaven – Meteren, Roosendaal – Amersfoort – Oldenzaal, Kijfhoek – Eindhoven – Venlo en Kijfhoek – Amersfoort – Onnen. Afwijkingen van deze routes worden alleen gemeten als de omleiding plaatsvindt over een eveneens gemeten route. Andersom worden treinen die normaal niet worden gemeten bij een omleiding over een wel gemeten route ook meegenomen in de berekening.

Punctualiteit regionale series (< 3 minuten)
Het percentage treinaankomsten waarbij het verschil tussen de oorspronkelijk geplande tijd en de vastgestelde realisatietijd kleiner is dan 3 minuten. Uitgevallen aankomsten en aankomsten van vervangende treinen worden niet meegerekend. Punctualiteit van de Regionale Series wordt gemeten op 31 stations voor treinseries van vijf vervoerders (Arriva, Connexxion, NSR, Syntus en Veolia).

Punctualiteit reizigersverkeer

De resultaten over 2015 bleven iets achter bij de uitstekende prestaties in 2014, namelijk 89,5%. Er was meer hinder als gevolg van diverse verstoringen, met name enkele grote incidenten in het eerste en vierde kwartaal. In 2015 is een begin gemaakt met de zogenaamde ‘dagstart’ waarbij op een aantal posten de prestaties van de voorgaande dag worden geëvalueerd. Ook regionaal en landelijk vinden deze evaluaties plaats, respectievelijk elke twee en vier weken, waarbij consequent veel aandacht uitgaat naar het voorkomen van klanthinder en storingen, en het sneller opstarten van het treinverkeer na een verstoring. De dagstart wordt ook op de andere verkeersleidingsposten ingevoerd.

Reizigerspunctualiteit hoofdrailnet (HRN)

In 2015 heeft ProRail de reizigerspunctualiteit ingevoerd: dit cijfer geeft het percentage reizigers aan wiens treinreis minder dan vijf minuten vertraging heeft opgelopen ten opzichte van het dagplan. Uitgevallen treinen en gemiste aansluitingen wegen ook mee. De reizigerspunctualiteit, een coproductie van ProRail en NS op het hoofdrailnet, wordt gemeten door NS. De met het ministerie van Infrastructuur en Milieu afgesproken bodemwaarde is 90,0%; de realisatie in 2015 was 91,0%.

Punctualiteit goederenverkeer

In 2015 lag de punctualiteit van het goederenverkeer op 80,0%, precies de bodemwaarde die overeengekomen is met het ministerie van Infrastructuur en Milieu. De werkzaamheden in Duitsland, waardoor regelmatig beperkt of geen goederenverkeer over de Betuweroute kon plaatsvinden en omleidingen via de Brabantroute noodzakelijk waren, hadden een negatieve invloed op de goederenpunctualiteit. Om hierin verbetering te brengen is in 2015 de grensdisponent ingericht in Duisburg, om grensoverschrijdend verkeer beter te volgen en tijdig te kunnen anticiperen. Bovendien is het corridorteam Brabantroute gevormd, dat bestaat uit de verkeersleidingposten Eindhoven en Kijfhoek. Vanaf 2016 zal de bovengenoemde ‘dagstart’-aanpak ook voor het goederenvervoer worden ingevoerd, vanwege de spoorwerkzaamheden in Duitsland die mogelijk effect hebben op de prestaties op het goederennet in Nederland.

Geleverde treinpaden

Een treinpad is een capaciteitsreservering op het spoor, nodig om een trein van A naar B te rijden. Als een trein (op een deel) niet rijdt en de oorzaak ligt bij ProRail, dan is het betreffende treinpad niet geleverd. Verstoringen door het weer en door derden worden ook meegenomen. Het percentage geleverde treinpaden lag in 2015 met 97,9% boven de met het ministerie van Infrastructuur en Milieu afgesproken bodemwaarde van 97,5%.

Geleverde treinpaden

Toelichting geleverde treinpaden

De gerealiseerde treinpaden voor alle reizigersvervoerders plus de niet-gerealiseerde treinpaden waarvan de vervoerders de veroorzaker zijn. Een treinpad is een capaciteitsreservering op de infrastructuur die nodig is om een trein te rijden. Een treinpad wordt gekaderd door de treinactiviteiten die onder één treinnummer op één verkeersdag zijn gepland.

Uitval

Met de introductie van reizigerspunctualiteit is besloten om op uitval geen bodemwaarde meer te zetten. Het uitvalcijfer wordt wel gepubliceerd, voor het totale reizigersverkeer én voor de individuele groepen Hoofdrailnet, Regionale Series en HSL-producten.

Uitgevallen treinen

Toelichting uitgevallen treinen

Het percentage treinaankomsten dat niet is gerealiseerd.

Incidenten

Als landelijk de treinpunctualiteit onder de 75% daalt en/of de uitval boven de 10% uitkomt, spreken wij over een ‘zwarte prestatiedag’. Dergelijke dagen kwamen in 2015 meerdere keren voor:

  • ICT-storing in Utrecht op 22 januari

  • IJzel aan de bovenleiding op 24 januari

  • De versoberde dienstregeling wegens verwacht winterweer op 29 januari

  • Stroomstoring in de verkeersleidingspost Utrecht op 2 februari

  • Stroomstoring bij Diemen op 27 maart

  • De zware zomerstorm op 25 juli

  • Bovenleidingbreuk op Utrecht Centraal op 11 september

  • Herfstweer in november met negatieve uitschieters op 6, 9, 10, 13 en 24 november

In 2015 is een evaluatieteam van start gegaan om de klanthinder en storingen te onderzoeken en aanbevelingen ter verbetering te doen. De eerste resultaten daarvan zijn inmiddels ingevoerd.