Financiële prestaties

Resultaten 2016

Na jaren van onderbesteding is in 2016 de realisatie op de activiteiten voor beheer, onderhoud en vervanging hoger uitgekomen dan gepland. Deze overbesteding wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er meer werk is uitgevoerd ten opzichte van de planning. Dit meer uitgevoerd werk leidt vervolgens tot een toename van ingezette vakmensen en de daarmee samenhangende personeelskosten. Daarnaast waren er positieve effecten op het resultaat van ProRail door de hogere gebruiksvergoeding als gevolg van meer treinkilometers en zwaardere treinen.

Eind 2016 oordeelde de ACM dat ProRail op een aantal onderdelen teveel kosten bij de vervoerders in rekening heeft gebracht voor het gebruik van het spoor op het gemengde net. Aanleiding was een klacht uit 2014 van regionale reizigersvervoerders over de hoogte van de tarieven op het gemengde net. ProRail verrekent op grond van het besluit met terugwerkende kracht de teveel betaalde kosten over 2015 en 2016 met alle vervoerders. Ook passen we de vastgestelde tarieven voor 2017 en 2018 aan.

ProRail realiseerde in 2016 bedrijfsopbrengsten van bijna € 1,3 miljard in de vorm van exploitatiebijdragen van de Rijksoverheid (€ 762 miljoen), gebruiksvergoeding (€ 350 miljoen), geactiveerde productie (€ 98 miljoen) en overige bedrijfsopbrengsten (€ 44 miljoen). Het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening kwam in 2016 uit op € 26 miljoen negatief dat in lijn ligt met hiervoor beschreven overbesteding. In 2016 werd voor ruim € 1,0 miljard geïnvesteerd in materiele vaste activa, waarvan € 771 miljoen gefinancierd vanuit de Rijksoverheid en € 273 miljoen gefinancierd door derden zoals provincies en gemeenten.

Efficiënter werken

ProRail staat voor de uitdaging om klantgerichter en resultaatgerichter te werken. Samen met de spoorsector en het ministerie van Infrastructuur en Milieu werken we aan een toekomstbestendig en efficiënt onderhoud van het spoor. Uitgangspunt hierbij is een optimalisatie op (1) de hinder voor reizigers en verladers, (2) de maakbaarheid van de onderhouds- en vervangingsbehoefte om de kwaliteit van het spoorwegnetwerk op de lange termijn te waarborgen en (3) de beschikbare financiële middelen. Op dit moment werkt ProRail al aan de implementatie van het optimaliseren van Life Cycle Costs (LCC) en het stimuleren van concurrentie en de toetreding van nieuwe leveranciers op de markt.

De kosten per treinkilometer, ofwel Life Cycle Costs, zijn de kosten voor beheer, onderhoud en vervanging van het spoor plus de netto-kosten van personeel en huisvesting (apparaat), gedeeld door het aantal gereden treinkilometers. De stijging van de Life Cycle Costs per treinkilometer is een logisch gevolg van meer uitgevoerde werkzaamheden (overbesteding), waarbij deze deels worden gecompenseerd door een hogere benutting van het spoor (meer treinkilometers).