Assurance-rapport van de onafhankelijke accountant

Aan: de aandeelhouder en de Raad van Commissarissen van ProRail B.V.

Onze conclusie

Wij hebben de duurzaamheidsinformatie in het Jaarverslag van ProRail B.V. (hierna ProRail) te Utrecht over 2016 beoordeeld. De reikwijdte van onze beoordelingsopdracht is beschreven in de sectie “Onze Scope”.

Een beoordelingsopdracht is gericht op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid.

Op grond van onze werkzaamheden is ons niets gebleken op basis waarvan wij zouden moeten concluderen dat de duurzaamheidsinformatie, in alle van materieel belang zijnde aspecten, geen betrouwbare en toereikende weergave geeft van:

  • het beleid en de bedrijfsvoering ten aanzien van maatschappelijk verantwoord ondernemen; en

  • de gebeurtenissen en de prestaties op dat gebied in 2016

in overeenstemming met de Sustainability Reporting Guidelines versie G4 (optie Comprehensive) van Global Reporting Initiative (GRI) en de aanvullend intern gehanteerde verslaggevingscriteria zoals toegelicht in hoofdstuk Maatschappelijk verslaggevingsbeleid op pagina 70 van het Jaarverslag.

Basis voor onze conclusie

Wij hebben onze beoordeling met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie in het Jaarverslag verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Standaard 3810N “Assurance-opdrachten inzake maatschappelijke verslagen”. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie “Onze verantwoordelijkheden voor de beoordeling van de duurzaamheidsinformatie”.

Wij vinden dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor onze conclusie.

Onze onafhankelijkheid

Wij zijn onafhankelijk van ProRail zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Dit houdt onder meer in dat wij geen activiteiten ondernemen die conflicterend kunnen zijn met onze onafhankelijke assurance-opdracht. Daarnaast hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

Onze scope

De duurzaamheidsinformatie bestaat uit hoofdstukken ‘Spoorvervoer’, ‘Omgeving’, ‘Medewerkers’, ‘Profiel’, ‘Stakeholderdialoog’, ‘Maatschappelijk verslaggevingsbeleid’ en ‘GRI Verslaggeving’ in het Jaarverslag 2016 van ProRail.

In de duurzaamheidsinformatie is toekomstgerichte informatie opgenomen in de vorm van ambities, strategie, plannen, verwachtingen en ramingen. Inherent aan deze informatie is dat de werkelijke uitkomsten in de toekomst kunnen afwijken en daarom onzeker zijn. Wij geven geen zekerheid bij de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van toekomstgerichte informatie in de duurzaamheidsinformatie.

Materialiteit

Op basis van ons professionele oordeel hebben wij specifieke materialiteitsniveaus bepaald voor elk relevant onderdeel van de duurzaamheidsinformatie. Bij het beoordelen van onze materialiteitsniveaus hebben wij de relevantie van informatie voor zowel stakeholders als de organisatie in ogenschouw genomen, op basis van de door ProRail uitgevoerde materialiteitsanalyse. De materialiteit voor de door ons onderkende significante prestatie-indicatoren hebben wij bepaald op 5%, met uitzondering van de prestatie-indicatoren voor ‘veilig leven’ (aantal aanrijdingen op overwegen, aantal aanrijdingen op overwegen met dodelijk slachtoffers en aantal suïcides met dodelijk afloop), ‘veilig werken’ (aantal aanrijdingen personeel en aantal elektrocuties van personeel) en ‘punctueel spoor’ (geleverde treinpaden en punctualiteit), welke wij op 3% hebben bepaald. De kwalitatieve toelichtingen hebben wij op totaalniveau afgezet tegen de kwaliteitsprincipes van de Sustainability Reporting Guidelines G4 (optie Comprehensive) van GRI, die onder meer toezien op aspecten als evenwichtigheid, tijdigheid en balans van het Verslag.

Verantwoordelijkheden van de Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de duurzaamheidsinformatie in overeenstemming met de Sustainability Reporting Guidelines versie G4 (optie Comprehensive) van GRI en de aanvullend intern gehanteerde verslaggevingscriteria zoals toegelicht in hoofdstuk Maatschappelijk verslaggevingsbeleid op pagina 70 van het Jaarverslag, inclusief het identificeren van stakeholders en het bepalen van materiële onderwerpen. De door de Raad van Bestuur gemaakte keuzes ten aanzien van de reikwijdte van de duurzaamheidsinformatie en het verslaggevingsbeleid zijn uiteengezet in het hoofdstuk Maatschappelijk verslaggevingsbeleid.

De Raad van Bestuur is ook verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opstellen van de duurzaamheidsinformatie mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.

Onze verantwoordelijkheden voor de beoordeling van de duurzaamheidsinformatie

Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een assurance-opdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte assurance-informatie verkrijgen voor de door ons af te geven conclusie.

Wij passen de ‘Nadere voorschriften accountantskantoren ter zake van assurance-opdrachten RA’ toe. Op grond daarvan beschikken wij over een samenhangend stelsel van kwaliteitsbeheersing inclusief vastgelegde richtlijnen en procedures inzake de naleving van ethische voorschriften, accountantsstandaarden en andere van toepassing zijnde wet- en regelgeving.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de beslissingen die gebruikers op basis van de duurzaamheidsinformatie nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze beoordelingswerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op onze conclusie.

Een beoordeling is gericht op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid. De werkzaamheden die worden verricht bij het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid zijn gericht op het vaststellen van de plausibiliteit van informatie en zijn geringer in diepgang dan die bij een assurance-opdracht gericht op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. De in dit kader uitgevoerde werkzaamheden bestonden in hoofdzaak uit het inwinnen van inlichtingen bij functionarissen van de entiteit en het uitvoeren van cijferanalyses met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie. De mate van zekerheid die wordt verkregen bij beoordelingsopdrachten is daarom ook aanzienlijk lager dan de zekerheid die wordt verkregen bij controleopdrachten.

Wij hebben deze beoordeling professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse Standaard 3810N, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen.

Onze belangrijkste werkzaamheden bestonden uit:

  • Het uitvoeren van een omgevingsanalyse en het verkrijgen van inzicht in de relevante maatschappelijke thema’s en kwesties en de kenmerken van de organisatie.

  • Het evalueren van de aanvaardbaarheid van het verslaggevingsbeleid en de consistente toepassing hiervan, waaronder het evalueren van de uitkomsten van de dialoog met belanghebbenden en de redelijkheid van schattingen gemaakt door het management.

  • Het evalueren van de opzet en implementatie van de systemen en processen voor informatieverzameling en –verwerking voor de duurzaamheidsinformatie in het Jaarverslag

  • Het afnemen van interviews met management (of relevante medewerkers) verantwoordelijk voor de duurzaamheidsstrategie, –beleid en -prestaties.

  • Het afnemen van interviews met relevante medewerkers verantwoordelijk voor het aanleveren van informatie voor het Jaarverslag, het uitvoeren van interne controles op gegevens en de consolidatie van gegevens in de duurzaamheidsinformatie in het Jaarverslag.

  • Het analytisch evalueren van data en trends aangeleverd voor consolidatie op groepsniveau.

Utrecht, 14 april 2017

Ernst & Young Accountants LLP

w.g. drs. R.T.H. Wortelboer RA