Omgeving

Leefbaarheid en duurzaamheid zijn voor mens, flora en fauna van groot belang. Zoals ook het spoor voor miljoenen Nederlanders onmisbaar is. Meer spoor en treinen zijn goed voor de mobiliteit en economie, al heeft dat vanzelfsprekend ook effect op de omgeving. Welke stappen zet ProRail?

Voeg toe aan Mijn verslag Toegevoegd aan Mijn verslag

Duurzaam spoor

Het spoor is één van de duurzaamste vormen van vervoer. Afgezien van fietsen en lopen is geen manier van transport zo energiezuinig en heeft geen manier van transport zo’n lage CO2-uitstoot. Ook neemt het spoor relatief weinig ruimte in en heeft het een sterk positieve invloed op bereikbaarheid en mobiliteit. Vorig jaar zijn tientallen projecten in het kader van Aanpak Duurzaam Werken uitgevoerd en waren we betrokken bij de totstandkoming van de Green Deal GWW 2.0 om duurzaamheid volledig binnen de organisatie te integreren.

Terugkijkend op 2016 kunnen we concluderen dat ProRail goed op koers ligt met het bereiken van zijn duurzaamheidsdoelstellingen. Voor alle belangrijke onderdelen van het duurzaamheidsbeleid, energie, CO2, natuurwaarden hebben we onze gestelde jaardoelen behaald. Ook is de sturing op duurzaamheid verbeterd doordat het duurzaamheidsmanagement is verankerd binnen de organisatie.

Toekomst

Voor de komende jaren ziet ProRail de volgende thema’s als speerpunten:

  • Grondstoffen en CO2: al ons afval wordt hergebruikt, we gaan zuinig om met onze grondstoffen en streven naar een zo laag mogelijke eco-voetprint.

  • Energie: We verbeteren onze energie-efficiency met 30% in 2030 ten opzichte van 2015 (2% per jaar). Onze energie is volledig afkomstig van duurzame bronnen. Ons elektriciteitsverbruik wordt volledig opgewekt op eigen activa zoals stations, geluidsschermen en gebouwen.

  • Effecten op de omgeving: ProRail is een goede buur voor de omgeving; we zorgen voor een goede ruimtelijke kwaliteit, passen duurzaam bermbeheer toe en voorkomen zoveel mogelijk hinder door geluid, trillingen en licht.

  • ProRail neemt zijn verantwoordelijkheid in sociale duurzaamheid, onder meer door mensen met afstand tot de arbeidsmarkt kansen te bieden.

Effecten op de omgeving

In de zomer is bij de spoorvernieuwing tussen Almelo en Mariënberg voor het eerst een stofarme lostrein ingezet. Deze nieuwe werktrein maakt het mogelijk om bij het storten van ballast minder stofhinder te veroorzaken. Dat is gezonder en leidt tot minder overlast bij de omwonenden. In oktober zijn drie contracten gegund voor een landelijke inventarisatie van natuurwaarden op en langs het spoor. Tussen 2017 en 2020 voeren ecologen langs het spoor veldinventarisaties uit. Dit inzicht maakt het mogelijk bij het werk langs de baan meer rekening te houden met flora en fauna.

Grondstoffen en CO2

ProRail vervult een actieve rol in de onderhandelingen ter voorbereiding van het nationaal betonakkoord. Dit is een akkoord tussen de betonketen en publieke en private organisaties dat gericht is op een economisch gezonde betonsector door verdere verduurzaming met de speerpunten CO2-reductie, circulariteit, biodiversiteit en sociale aspecten. Omdat beton een flink deel van onze CO2-uitstoot bepaalt, willen we een bijdrage leveren aan duurzame alternatieven.

In oktober 2016 is samen met NS Stations een update van de Stationsscan Duurzaamheid opgeleverd. Met dit instrument wordt de duurzaamheidspotentie van stations bepaald. Dit instrument wordt ingezet in de Aanpak Duurzaam Werken, zodat stations nog duurzamer worden.

Duurzaamheid is steeds vaker onderdeel van spoorinfra- en stationsprojecten. In 2016 zijn circa 50 projecten met de Aanpak Duurzaam Werken uitgevoerd. Samen met stakeholders worden gezamenlijke duurzaamheidsambities opgesteld, waar ingenieursbureaus in een vroeg stadium bij betrokken worden en aannemers met EMVI1-criteria in aanbestedingen gestimuleerd worden tot duurzame oplossingen.

In 2016 zijn we binnen de ProRail-kantoren gestart met het gescheiden inzamelen van afval. De verwachting is dat er per jaar ruim 2.200 kg minder restafval afgevoerd hoeft te worden.

  • 1EMVI: Economisch Meest Voordelige Inschrijving

Energie: minder is meer

ProRail verlicht de stations steeds vaker met ledlampen. Dat levert een energiebesparing op van zo’n 50% en verbetert de lichtkwaliteit. Door dimmers in te zetten hebben omwonenden ’s nachts minder last van licht. In 2016 zijn de perrons van 12 stations geheel en 18 stations gedeeltelijk omgebouwd. In 2020 is het merendeel van de verouderde verlichting van alle perrons vervangen.

3kV: 20% energiebesparing

ProRail heeft samen met onder meer NS onderzocht of 3kV de standaardbovenleidingspanning kan worden op het spoor. De conclusies zijn veelbelovend. Ook het ministerie van Infrastructuur en Milieu erkent dit en daarom is besloten een gezamenlijk project te starten. Uit eerdere studies kwam naar voren dat 3kV voor vervoerders die elektrisch rijden een energiebesparing van 20% in het verbruik oplevert. In 2016 is naast het 3kV-scenario ook het effect van ongewijzigd beleid en een alternatief met een verdere verbetering van de efficiency van 1.500V in kaart gebracht.

Green Deal

Binnen het samenwerkingsverband Duurzaam GWW heeft ProRail deelgenomen aan de schrijfgroep die verantwoordelijk is voor de totstandkoming van de Green Deal Duurzaam GWW 2.0. Deze deal is begin 2017 ondertekend door vele partijen in de spoor-, grond-, weg- en waterbouwsector. De Green Deal is erop gericht om duurzaamheid uiterlijk in 2020 volledig te integreren in de organisatie, vast bestanddeel te maken van alle projecten, de aanpak stevig in de bedrijfsprocessen te verankeren en de behaalde resultaten te monitoren.

Met Green Quest aan de slag

In juni deed ProRail mee aan de Green Quest, een initiatief van Het Financieele Dagblad en BNR Nieuwsradio. Samen met een expertteam van Green Quest en een aantal adviesbureaus zijn we op zoek gegaan naar oplossingen om het spoor en twee kantoorpanden - De Inktpot in Utrecht en onze VL-post Amersfoort - klimaatneutraal te maken. Dit heeft suggesties opgeleverd waar we in 2017 mee aan de slag gaan.

Voeg toe aan Mijn verslag Toegevoegd aan Mijn verslag

In contact met het publiek

ProRail staat open voor vragen, wensen en klachten uit de samenleving en is via de afdeling Publiekscontacten te bereiken via een gratis telefoonnummer, per post, e-mail, internetformulier en sociale media. Voor noodgevallen, zoals onveilige situaties op het spoor of ernstige hinder is Publiekscontacten 24/7 telefonisch bereikbaar, dus ook in het weekend, 's avonds en 's nachts.

Publiekstevredenheid vrijwel gelijk gebleven

De publiekstevredenheid kwam in 2016 uit op 7,7. Een stabiel resultaat ten opzichte van voorgaand jaar (7,9) vanwege het sterk gestegen aantal meldingen en vragen plus de extra activiteiten op sociale media een goede prestatie. In 2016 heeft het team Publiekscontacten de afhandelprocessen meer gestroomlijnd en is de service verder geprofessionaliseerd. Het aantal meldingen en vragen steeg met bijna 25% en bedroeg 13.323 (2015: 9.259). De top 4 aan meldingen en vragen betroffen geluidhinder, trillinghinder, storingen en informatieverzoeken, bijvoorbeeld over het onderhoud van het groen.

Voeg toe aan Mijn verslag Toegevoegd aan Mijn verslag

Geluid en trillingen

Omwonenden rond het spoor kunnen soms last hebben van het geluid of de trillingen van passerende treinen. Ook werkzaamheden aan het spoor kunnen geluid en trillingen veroorzaken. Ons doel is om het spoor op zo’n manier te beheren, dat er minder geluids- en trillingshinder optreden. Vorig jaar zijn diverse projecten uitgevoerd om geluidshinder te beperken. Ook zijn verkenningen uitgevoerd om trillingen door goederentreinen te verminderen. Voor 2017 staat een aantal innovatieve proeven op het programma om de overlast door geluid en trillingen verder terug te dringen.

Stiller materieel werpt vruchten af

Net als in voorgaande jaren heeft ProRail met de Stimuleringsregeling Toename Stille Treinkilometers EUR 1,4 miljoen bijgedragen aan de ombouw van lawaaiige goederenwagens en aan het rijden met volledig stille goederentreinen.

In het Meerjarenprogramma Geluidsanering (MJPG) werken het ministerie van Infrastructuur en Milieu, Rijkswaterstaat en ProRail samen aan het terugdringen van geluidsoverlast langs rijkswegen en spoorlijnen. We hebben geconstateerd dat het geluidproductieplafond (gpp, de maximaal toegestane geluidproductie) op veel locaties aanzienlijk hoger ligt dan het geluid dat daadwerkelijk wordt geproduceerd en zelfs bij de verwachte groei van het treinverkeer in de toekomst door treinverkeer voortgebracht zal worden. De oorzaak is dat het materieel steeds stiller wordt. Daarom hebben we het ministerie van Infrastructuur en Milieu ondersteund om op deze locaties de geluidproductieplafonds te verlagen zodat omwonenden blijvend beschermd zijn tegen geluidsoverlast. Als eerste locatie zijn in 2016 binnen het project Utrecht Amsterdam-Rijnkanaal de geluidproductieplafonds verlaagd.

MJPG op koers, ondanks bijsturing

De geluidssaneringsopgave voor weg én spoor gezamenlijk blijkt groter te zijn dan vooraf was ingeschat. De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft aangegeven vast te willen houden aan het budgetgestuurde karakter van het programma. De door de staatssecretaris voorgestelde maatregelen, waaronder aanpassing van regelgeving, zijn meegenomen in onze onderzoeken. Ondanks deze aanpassing is de verwachting dat in 2017 de akoestische onderzoeken voor het hele land kunnen worden afgerond.

Versnelde aanpak geluidhinder derde spoor Zevenaar Oberhausen

De aanleg van het derde spoor tussen Zevenaar en Oberhausen leidt regelmatig tot omleiding van goederentreinen via de Brabantroute. Op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Milieu hebben we een voorstel ontwikkeld om langs omleidingsroutes versneld maatregelen uit het Meerjarenprogramma Geluidsanering te treffen. Met het aanbrengen van raildempers wordt het geluid met een aantal decibel teruggebracht. De komende jaren worden langs de Brabantroute en op de IJssellijn op diverse locaties raildempers geplaatst.

Saneringsplannen zonder maatregelen

De stukken spoor waar maatregelen noodzakelijk zijn, worden in detail bekeken en in saneringsplannen opgenomen. De stukken spoor waar geen maatregelen noodzakelijk zijn, moeten wettelijk gezien toch in saneringsplannen worden opgenomen. Daardoor kan de omgeving zien dat er onderzoek is gedaan, wat de uitkomsten waren en of er wel of geen maatregelen noodzakelijk zijn. Belanghebbenden kunnen hier eventueel een zienswijze en later een beroep op indienen. Begin 2016 heeft ProRail voor alle stukken spoor waar uit resultaten van akoestische onderzoeken blijkt dat er vanuit het MJPG (Meerjarenprogramma Geluidsanering) geen maatregelen getroffen hoeven worden, vier saneringsplannen (één per regio) aangeboden aan het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Deze plannen zijn afgelopen zomer ter inzage gelegd. Hiermee hebben we een groot aantal omwonenden langs het spoor duidelijkheid gegeven. De zienswijzen zijn recentelijk allemaal beantwoord en in de loop van 2017 wordt het besluit definitief gemaakt.

Onderzoek naar effect van snelheidsbeperking op trillingen

Soms veroorzaakt het treinverkeer trillinghinder. In het afgelopen jaar hebben we daar veel aandacht aan besteed. Samen met het ministerie van Infrastructuur en Milieu verkennen we de mogelijkheden om trillinghinder te beperken door goederentreinen langzamer te laten rijden. In 2016 is uitgebreid gemeten om te achterhalen of een lagere rijsnelheid effectief bijdraagt aan minder trillinghinder. De resultaten van de metingen worden in 2017 verwacht en geanalyseerd.

Trillingreductie in de bodem

Bij grote projecten realiseren we waar nodig ondergrondse trillingwerende constructies onder het spoor om hinder voor omwonenden te beperken. In het verleden hebben we dit in Arnhem en in Lunetten gedaan. In 2016 is een trillingwerende ondergrondse wand langs de Nicolaas Beetsstraat in Utrecht aangelegd om trillingen te reduceren. Ook zijn we gestart met de bouw van een diepwand aan de Seringstraat, eveneens in Utrecht.

Innovatie en communicatie

ProRail heeft in 2016 een workshop met vervoerders, materieelleveranciers en akoestisch deskundigen georganiseerd om na te gaan hoe geluid- en trillinghinder verder beperkt kan worden. In 2017 gaan we een aantal innovatieproeven opzetten. Voor meer informatie over deze thematiek: www.prorail.nl/geluid.

Voeg toe aan Mijn verslag Toegevoegd aan Mijn verslag

Innovaties en vernieuwingen

Hoogwaardige, innovatieve oplossingen zijn nodig om het spoor veiliger, betrouwbaarder, punctueler, duurzamer en kostenefficiënter te maken. We verbinden onze kennis met die van onze partners: vervoerders, aannemers, ingenieursbureaus, infrastructuurbeheerders, universiteiten en kennisinstituten. Met deze kennispartners werkten we ook in 2016 aan slimme oplossingen voor tal van logistieke en infrastructurele uitdagingen.

Sneller vertrek, kortere wachttijd

Eind 2016 is als onderdeel van ons programma Beter en Meer de eerste ‘afteller’ op de A2-corridor op station Vught op proef in bedrijf genomen. De afteller helpt de conducteur bij het vertrekproces op stations waar een overweg achter ligt. Dankzij de afteller kan een trein sneller vertrekken en hoeft ook het wegverkeer minder lang te wachten, zoals al was gebleken uit eerdere proeven in Hilversum. Omdat de afteller een gunstig effect heeft op de punctualiteit, betrouwbaarheid en veiligheid heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu ruim € 16 miljoen beschikbaar gesteld voor de invoering ervan vanuit het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen. Aanvullend heeft NS € 3 miljoen beschikbaar gesteld. Deze invoering gaat in 2017 van start en circa 105 stations zullen uiterlijk in 2019 ermee zijn uitgerust.

Slimme sensoren voor identificatie en onderhoud

De toepassing van digitale technologie voor onder meer de identificatie van treinstellen en de inspectie van onderdelen komt steeds meer binnen handbereik, mede dankzij onze samenwerking met de TU Delft, DB Cargo en KPN. In 2016 is bij emplacement Kijfhoek een testcontainer geplaatst waar leveranciers nieuwe plug-en-play sensoren zoals smart camera’s kunnen testen. De TU Delft verzorgde de beeldanalyse en de ontwikkeling van nieuwe algoritmes. In een volgend stadium onderzoeken we in samenwerking met DB Cargo of het gebruik van digitale sensoren kwaliteitsinspecties van bijvoorbeeld wielen en remmen kan ondersteunen. Met het zogeheten LoRa-netwerk (netwerk specifiek voor internet of things) van KPN worden ook andere sensoren getest, bijvoorbeeld voor metingen aan het spoor en de verwarming van wissels. Deze testen worden uitgevoerd op station Utrecht Centraal en vormen evenals de smart camera’s onderdeel van ProRails Data-lab waar diverse technologieverkenningen worden uitgevoerd. De desbetreffende informatie wordt via het LoRa-netwerk verspreid en de gebruiker krijgt op het nieuw ontwikkelde dashboard in één oogopslag zicht op de status van de sensoren en op het functioneren van spoor of wissel.

Diervriendelijk spoor met minder verstoringen

Aanrijdingen met dieren betekenen dierenleed en vertraging. Ook graven dieren holennetwerken onder het spoor, waardoor verzakkingsgevaar kan ontstaan. Om dit op een diervriendelijke manier aan te pakken, heeft Rail Road Systems zuilen ontwikkeld en getest die een geur verspreiden die dieren interpreteren als brandgevaar en hen aanzetten de spooromgeving te verlaten. De geurstof is ongevaarlijk voor mens, dier en omgeving. De testen zijn in 2016 op drie locaties uitgevoerd waar een aanrijding met dieren vaak voorkwam en de resultaten zijn goed. Op twee locaties hebben zich geen verstoringen door dieren meer voorgedaan en op de derde is het aantal holen en de graafschade drastisch afgenomen. Voor meer informatie: http://www.prorail.nl/nieuws/spoor-steeds-diervriendelijker.

Vermindering Niet Actief Beveiligde Overwegen

ProRail heeft de markt verzocht slimme, betaalbare oplossingen te bedenken voor Niet Actief Beveiligde Overwegen (NABO’s). Uit de in 2016 georganiseerde inschrijving voor oplossingsvoorstellen kwamen 62 ideeën binnen van 34 marktpartijen. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu en ProRail hebben in samenwerking met TNO een eerste selectie van veertien oplossingen gemaakt. Deze partijen hebben hun oplossing verder uitgewerkt, een demonstratiemodel ontwikkeld en een testvoorstel gemaakt. Vervolgens zijn uit die veertien opties zeven potentiële oplossingen gekozen, die eind 2016 in een zogeheten Proeftuin zijn getest. Hier gaan we in 2017 mee verder. Belangengroepen waren bij de proefopstellingen aanwezig om vanuit hun expertise over de oplossingen mee te denken. Het proces is begeleid door TNO en in het tweede kwartaal van 2017 maken het ministerie en ProRail de vervolgstappen bekend.

Vorderingen met het European Rail Traffic Management System (ERTMS)

Er wordt al enkele jaren gewerkt aan het European Rail Traffic Management System (ERTMS), een Europees samenwerkingsverband om de beveiliging van het spoor te verbeteren. Een belangrijke voorwaarde is dat de werking van de ontwikkelde modellen onder operationele condities wordt getest. In nauwe samenwerking met systeemleveranciers en een ingenieursbureau is in voorgaande jaren de correcte werking van het zogeheten ERTMS Level 3 model aangetoond. Naast de spoorgebonden detectiesystemen wordt bij de nieuwe aanpak tevens gebruikgemaakt van positierapportering door de trein zelf. ProRail heeft met de systeemleveranciers de operationele scenario’s ontwikkeld voor de invoering van ERTMS Level 3, waardoor een gemengd gebruik van zowel baangebonden detectie als positierapportering voor het vrijgeven van een spoor mogelijk wordt. Deze vorm van ERTMS Level 3 is internationaal inmiddels bekend als Hybride ERTMS Level 3.

In oktober 2016 is door ProRail samen met Network Rail en de European Railway Agency (ERA) een bijeenkomst met alle systeemleveranciers georganiseerd om de vervolgstappen te verkennen. Eind 2016 vonden in Engeland in samenwerking met Network Rail, de afsluitende validatietesten plaats in de simulatieomgeving van Siemens. Bij deze testen in aanwezigheid van de ERA, de diverse systeemleveranciers en vertegenwoordigers van Europese infrabedrijven is aangetoond dat de ontwikkelde operationele scenario’s een veilige en betrouwbare exploitatie van deze Hybride ERTMS Level 3 variant mogelijk maken.

Netspanning naar 3 kilovolt

Meer reizigers en goederen duurzaam en efficiënt vervoeren, verkorting van de reistijd en meer betrouwbaarheid van het spoor zijn doelstellingen waar niet alleen via programma’s als Hoogfrequent Spoor (PHS), ERTMS en Beter en Meer aan wordt gewerkt. In de afgelopen periode is onderzocht of ook een verandering in het energiesysteem een bijdrage kan leveren. Vanuit de Lange-Termijnspooragenda (LTSA) van het ministerie van Infrastructuur en Milieu is NS en ProRail in 2015 gevraagd om een kostenbaten-analyse op te stellen voor het verhogen van de netspanning van 1500V naar 3kV, die eind dat jaar is opgeleverd.

Uit deze analyse blijkt dat dankzij deze verhoging treinen sneller kunnen optrekken, het spoor beter benut wordt en er minder energie nodig is. Vorig jaar heeft ProRail zelf ook onderzoeken laten uitvoeren waarin is vergeleken met andere energiemaatregelen. Hoewel de bijdrage aan een duurzamer Nederland als totaal bescheiden is, bleek 3kV wel de meest kosteneffectieve maatregel te zijn per ton CO2 besparing. Ook heeft ProRail samen met adviesbureaus onderzoek gedaan hoe 3kV kan bijdragen aan een toekomstige dienstregeling en aan meer vervoerscapaciteit. 3kV bleek op alle intensief bereden corridors een belangrijk positief effect op de doorstroming te hebben, voor sprinters, intercitytreinen en lange goederentreinen.

Komende jaren gaan we aan de slag met het testen, valideren en afstemmen met de andere lopende programma’s zoals PHS, ERMTS en Beter en Meer.

Van 1.500V naar 3kV?

Het huidige systeem van 1.500V op de bovenleiding stamt uit de jaren ’20 van de vorige eeuw. Het kent relatief veel energieverlies tijdens het transport van de elektriciteit, biedt weinig mogelijkheden tot terugwinning van remenergie en levert een beperkt vermogen voor (lange en zware) treinen om snel op te trekken. Rond de eeuwwisseling is een mogelijke overstap naar 25kV onderzocht, zoals op de HSL en de Betuweroute is toegepast, maar dat zou een complete vervanging van de bovenleiding in heel Nederland vergen. Dat zou vele miljarden aan investeringen en lange periodes zonder treinverkeer betekenen. Daarom is toen besloten om 1.500V tot minstens 2017 als standaard te gebruiken en tien jaar later een herijking te doen. De afgelopen jaren heeft onderzoek deze bevindingen opnieuw bevestigd en kwam 3kV naar voren als een kansrijk alternatief, zoals ook is opgenomen in de Lange Termijn Spooragenda.

Slimmer rijden met Routelint

Halverwege vorig jaar hebben we Routelint geïntroduceerd, een nieuwe app waarmee machinisten slimmer kunnen rijden en zo min mogelijk voor een rood sein hoeven te stoppen. Dat maakt een treinreis veiliger, duurzamer, beter op tijd en comfortabeler. Routelint is landelijk beschikbaar voor alle machinisten. Met de nieuwe informatie krijgt de machinist zeven rijwegstappen vóór zich in beeld: de spoorbezetting, de geplande in- en uittakkende en kruisende treinen en de eventuele vertraging van de treinen. Met deze gegevens kan de machinist goed anticiperen, bijvoorbeeld op drukke knooppunten.

Routelint, onderdeel van het innovatieprogramma Trein op de Lijn en uitgevoerd samen met vervoerders en verladers, wordt verder ontwikkeld. Het is een mooi voorbeeld van een gezamenlijke Innovatie in de spoorbranche die volop in beweging is. Het is de bedoeling dat meer vervoerders er gebruik van gaan maken. Bij goederentreinen op Amsterdam Westhaven wordt onderzocht of machinisten met behulp van onder meer Routelint rijdend kunnen ‘intakken’ zonder te hoeven remmen of stoppen: stoppen voor een rood sein is kostbaar, omdat het veel energie vergt om weer op snelheid te komen.

Voeg toe aan Mijn verslag Toegevoegd aan Mijn verslag