Operationele prestaties

Vervoerders, verladers en reizigers hechten grote waarde aan punctueel vervoer per trein en betrouwbare infrastructuur. Er was in 2016 sprake van meer beschikbare treinpaden, minder uitval van treinen en een afname van het aantal ‘zwarte prestatiedagen’. Ook is een geheel vernieuwde dienstregeling ingevoerd, zijn grote infrastructuurprojecten gerealiseerd en hebben we vorderingen gemaakt met prestatiegericht onderhoud. Er deden zich enkele grote verstoringen voor.

In het kort 

Voeg toe aan Mijn verslag Toegevoegd aan Mijn verslag

Punctueel spoor

De meeste scores komen uit boven de met het ministerie van Infrastructuur en Milieu overeengekomen bodemwaarden, in vergelijking met 2015 was er sprake van een lichte afname. De punctualiteit goederenverkeer is gedaald als gevolg van noodzakelijke werkzaamheden en snelheidsbeperkingen.

Prestatie-indicatoren punctualiteit

Toelichting punctualiteit

Treinpunctualiteit reizigersverkeer
Het percentage treinaankomsten waarbij het verschil tussen de oorspronkelijk geplande tijd en de vastgestelde realisatietijd kleiner is dan drie minuten. Uitgevallen aankomsten en aankomsten van vervangende treinen worden niet meegerekend. Punctualiteit voor het totale reizigersverkeer wordt gemeten op representatieve stations op het Hoofdrailnet (inclusief HSL-Zuid) en op de regionale spoorinfrastructuur. De ongeveer 55 meetpunten en de daar gemeten series kunnen jaarlijks wijzigen in aantal en samenstelling, afhankelijk van afspraken tussen ProRail en vervoerders en tussen vervoerders en concessieverleners.

Treinpunctualiteit regionale series
Punctualiteit van de Regionale Series wordt gemeten op ongeveer 35 meetpunten en de daar gemeten series kunnen jaarlijks wijzigen in aantal en samenstelling, afhankelijk van afspraken tussen ProRail en vervoerders en tussen vervoerders en concessieverleners.

Treinpunctualiteit HSL-producten
HSL = Hoge Snelheidslijn. Punctualiteit van HSL-producten wordt gemeten op vier stations voor Intercity Direct en Thalys.

Reizigerspunctualiteit HRN
HRN = hoofdrailnet. De prestatie-indicator ‘reizigerspunctualiteit’ is ingevoerd in 2015 en doorontwikkeld in 2016. De prestatie-indicator is met betrekking tot 2016 geen onderdeel van de uitgevoerde externe review van EY Accountants. Per 2017 wordt de nieuwe definitie van kracht.

Treinpunctualiteit goederenverkeer
Het percentage goederentreinen waarbij de vertraging op het eindpunt van de route minus de vertraging op het startpunt van de route kleiner is dan drie minuten. Als de vertrekvertraging negatief is, wordt deze op nul gezet. Punctualiteit van goederenverkeer wordt gemeten op zes goederencorridors, exclusief de Betuweroute.

Treinpunctualiteit reizigersverkeer boven bodemwaarde

De prestatie‐indicatoren, behalve punctualiteit goederen en punctualiteit HSL, waren in 2016 beter dan de bodemwaarden. De in 2015 ingevoerde ‘dagstarts’, waardoor op verkeersleidingsposten de prestaties van de voorgaande dag worden geëvalueerd, zijn uitgebreid naar meer locaties. Ook krijgt de snellere opstart van de treindienst na verstoringen steeds meer aandacht, met als doel dat de punctualiteit stijgt.

In vergelijking met het voorgaande jaar nam in 2016 de punctualiteit van HSL-producten af. Belangrijkste oorzaken hiervoor zijn: snelheidsbeperkingen bij de Moerdijkbrug, (vertraagde) goederentreinen op de Brabantroute, rangeerproces Breda en een aangepaste dienstregeling vanwege werkzaamheden. In 2015 lag de focus van ProRail en NS op het bieden van vervoerscapaciteit voor de Intercity direct. Vanaf het derde kwartaal 2015 steeg de uitval in dit segment, met een piek van 12,8% in januari 2016, die kon worden teruggebracht tot gemiddeld 5,7% in het vierde kwartaal van 2016.

Reizigerspunctualiteit hoofdrailnet (HRN) verbeterd

In 2016 was de reizigerspunctualiteit HRN 91,3%, boven de bodemwaarde van 90,0%. De reizigerspunctualiteit is 0,3 procentpunten hoger dan in 2015. In 2016 heeft ProRail ingezet op beter uitvoeren van de dienstregeling, met name in het eerste kwartaal heeft dit een positief effect gehad op de reizigerspunctualiteit. Verder heeft de lage uitval van treinen op de 10 stations met de meeste reizigers een bijdrage geleverd aan de positieve score. Op 7 van die 10 stations steeg bovendien de treinpunctualiteit. De grootste verbeteringen zien we op de stations Amsterdam Centraal, Utrecht Centraal en Arnhem Centraal. Deze stations profiteren van de ontvlochten en versnelde infrastructuur op DoorStroomStation Utrecht. Ook de betere weersomstandigheden hadden een positief effect op de punctualiteit.

Regionale verschillen

Door omleidingen van goederentreinen van de Betuweroute naar de Brabantroute en werkzaamheden en snelheidsbeperkingen op de Moerdijkbrug, stond in Brabant en Zuid-Holland de reizigerspunctualiteit het grootste deel van het jaar onder druk. Op de tien drukste stations was de treinuitval in 2016 lager dan in 2015. Op zeven van die tien stations steeg de treinpunctualiteit. De grootste verbeteringen zagen we op Amsterdam Centraal, Arnhem Centraal en Utrecht Centraal. De ontvlochten en verbeterde infrastructuur op doorstroomstation Utrecht, dat ook een positief effect had op de punctualiteit op stations in alle richtingen, speelde daarin een belangrijke rol. Dat is vooral te zien aan de punctualiteit op de stations Arnhem en Nijmegen. In Amsterdam is bovendien de dienstregeling van de Intercity’s uit Zeeland verbeterd.

Treinpunctualiteit regionale series gedaald

De punctualiteit van de regionale series is met 94,1% hoger dan de bodemwaarde, maar wel lager dan in 2015 (95,0%) vooral door de sprinter Zwolle ‐ Enschede. Deze telde in 2015 nog niet mee. De dienstregeling van deze, op enkelspoor rijdende, serie was erg krap. Zonder deze serie zou de realisatie 94,9% zijn. De dienstregeling 2017 is met een minuut verruimd om dit issue op te lossen. Daarnaast zorgde de dienstregeling 2017, die is ingevoerd in december 2016, in Limburg voor gewenningsproblemen en lage prestatiecijfers door nieuwe omlopen, kortere rijtijden, krappere keringen en nieuw materieel. Genomen acties, zoals een dagelijkse ingelegde pendeltrein Maastricht‐Randwijck, zijn effectief.

Treinpunctualiteit goederenverkeer afgenomen

In 2016 lag de punctualiteit van het goederenverkeer op 73,7%, onder de bodemwaarde van 80,0% die was overeengekomen met het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Hier lagen een aantal oorzaken aan ten grondslag. Ten eerste kon door werkzaamheden in Duitsland beperkt tot geen goederenverkeer over de Betuweroute plaatsvinden en waren omleidingen via de drukke Brabantroute noodzakelijk wat een negatief effect op de punctualiteit had. Ten tweede werd het goederenverkeer gehinderd door de snelheidsbeperking op de Moerdijkbrug die sinds april 2016 van kracht is. Ten derde gaven goederenvervoerders bij de totstandkoming van het dienstregelingsplan voor 2016 de voorkeur aan de beschikbaarheid van vier paden per uur op de Brabantroute en daarmee aan flexibiliteit boven punctualiteit. Niet alle paden zijn in praktijk realiseerbaar met een goede punctualiteit op 3 minuten. Om deze reden ontwikkelt ProRail samen met het ministerie van Infrastructuur en Milieu en de goederenvervoerders een betere prestatie-indicator voor 2018.

Meer reizigerstreinpaden geleverd

Een geleverd treinpad is een capaciteitsreservering op het spoor, nodig om een reizigerstrein van A naar B te rijden. Als een trein (op een deel) niet rijdt en de oorzaak ligt bij ProRail, dan is het betreffende treinpad niet geleverd. Verstoringen door het weer en door derden worden ook meegenomen. Het percentage geleverde treinpaden lag in 2016 met 98,1% boven de prestaties in voorgaand jaar en de met het ministerie van Infrastructuur en Milieu afgesproken bodemwaarde van 97,5%.

Prestatie-indicator betrouwbaarheid

Toelichting geleverde treinpaden

De gerealiseerde treinpaden voor alle reizigersvervoerders plus de niet-gerealiseerde treinpaden waarvan de vervoerders de veroorzaker zijn. Een treinpad is een capaciteitsreservering op de infrastructuur die nodig is om een trein te rijden. Een treinpad wordt gekaderd door de treinactiviteiten die onder één treinnummer op één verkeersdag zijn gepland.

Minder uitval

Er zijn in 2016 minder treinen uitgevallen dan in 2015. Met de introductie van de reizigerspunctualiteit is besloten om voor uitval geen bodemwaarde meer toe te kennen. Het uitvalcijfer wordt wel gepubliceerd voor het totale reizigersverkeer én voor de individuele groepen Hoofdrailnet, Regionale Series en HSL-producten.

Informatie-indicator betrouwbaarheid

Toelichting uitgevallen treinen

Het percentage treinaankomsten dat niet is gerealiseerd. Uitval wordt gemeten op representatieve stations op het Hoofdrailnet (inclusief HSL-Zuid) en op de regionale spoorinfrastructuur. De ongeveer 55 meetpunten en de daar gemeten series kunnen jaarlijks wijzigen in aantal en samenstelling, afhankelijk van afspraken tussen ProRail en vervoerders en tussen vervoerders en concessieverleners.

Incidenten afgenomen

Als landelijk de treinpunctualiteit onder de 75% daalt en/of de uitval boven de 10% uitkomt, spreken wij over een ‘zwarte prestatiedag’. Dergelijke dagen kwamen in 2015 10 keer voor, in 2016 drie keer.

  • Op 17 november had het treinverkeer last van zwaar herfstweer.

  • Op 20 november raasde een najaarsstorm over het land.

  • Op 21 november kwamen bovenop het slechte weer een brandalarm in de tunnel bij Rijswijk, overwegstoringen in Noord-Brabant en een door graafwerkzaamheden beschadigde kabel in Willemsdorp.

Voeg toe aan Mijn verslag Toegevoegd aan Mijn verslag

Betrouwbaar spoor

ProRail voert op vele vlakken verbeteringen door en investeert tientallen miljoenen, gericht op verbetering van de infrastructuur, meer betrouwbaarheid en een hogere punctualiteit.

Betrouwbaar spoor en grote verstoringen

Een Treindienst Aantastende Onregelmatigheid (TAO) is een verstoring die tot een vertraging van meer dan drie minuten van minimaal één trein leidt. Bij het onderzoek naar de oorzaken van TAO’s onderscheiden we vier hoofdcategorieën: techniek, processen, derden en weer.

Het aantal technische verstoringen zoals sein- en wisselstoringen neemt sinds enkele jaren af door productverbeteringen en aangepast onderhoud. Ook het aantal verstoringen door processen, bijvoorbeeld uitloop als gevolg van werkzaamheden, is in 2016 verder gedaald. Daar stond een stijging tegenover van het aantal derdenstoringen, veroorzaakt door bijvoorbeeld spoorlopers, vandalisme, koperdiefstal en suïcides. Het aantal verstoringen door extreme weersinvloeden (hitte, glad spoor, storm) bleef in vergelijking met 2015 redelijk hetzelfde.

Prestatie-indicator betrouwbaarheid

ProRail geeft extra aandacht aan het reduceren van verstoringen die tot (zeer) veel hinder leiden. Met ingang van 2017 is ‘klanthinder’1  onderdeel van de prestatieafspraken tussen ProRail en het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Aanmerkelijke storingen deden zich in 2016 voor op de Moerdijkbrug en in de tunnel Barendrecht.

  • 1Klanthinder geeft inzicht in het aantal storingen aan de infrastructuur met grote impact op de treindienst. Hierbij wordt de verbinding gelegd tussen de storing en de hinder die de reiziger of de verlader ondervindt.

Moerdijkbrug

Het spoor op de Moerdijkbrug is in 2003 vernieuwd. In 2016 zijn problemen ontdekt met de spoorlassen en de spoorgeometrie. Dit heeft geleid tot vertraagde of uitgevallen treinen. Het plan is in 2017 alle spoorstaven en lassen op de brug te vervangen. Tot dat moment wordt er intensief gemonitord en is er iedere twee weken een onderhoudsmoment ingepland om storingen zoveel mogelijk te voorkomen.

Tunnel Barendrecht

Terwijl er de afgelopen vijf jaar niet meer dan twee blusincidenten per jaar hebben plaatsgevonden in de overkapping op Barendrecht, waren het er vijf in het eerste kwartaal van 2016. Bij al deze incidenten bleek dat een combinatie van de tunnelinstellingen en de uitlaatgassen van optrekkende diesellocomotieven het alarmsysteem activeerden, waarna de automatische brandblusinstallatie in werking trad. Per incident waren er verstorende gevolgen voor zo’n 90 treinen en de overlast varieerde van enkele minuten vertraging tot het opheffen van treinen.

Inmiddels zijn met alle betrokken partijen afspraken gemaakt over tot stilstand komende diesellocomotieven in de tunnel. Op basis van een stresstest met zware goederentreinen is onderzocht met welke warmteontwikkeling rekening gehouden moet worden bij remmen, stilstaan en optrekken. In nauw overleg met Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond en de gemeente Barendrecht is de instelling van het alarmsysteem hierop aangepast. Ook is vervoerders verzocht om hun Handboek Machinist op dit punt te herzien, zodat elke machinist van een diesellocomotief die in de tunnel tot stilstand komt zich meldt bij de desbetreffende treindienstleider.

We blijven zoeken naar meer verbeteringen die we ook in andere tunnels kunnen doorvoeren om storingen verder te reduceren zonder de veiligheid uit het oog te verliezen.

Verbeterprogramma Intercity direct

De Intercity direct maakt gebruik van een rechtstreekse snelle verbinding tussen Amsterdam en Breda via de HSL (Hogesnelheidslijn).ProRail richt zich op factoren in het domein van de verkeersleiding, infrastructuur (bv. wissels, tunnels), externe factoren (bv. wind, spoorlopers en dieren) en de afhandeling van strandingen. NS focust op factoren als het materieel, personeel en logistiek plan. De afgelopen jaren had de Intercity direct te maken met een relatief hogere uitval van treinpaden dan op het reguliere spoor. Vorig jaar hebben NS en ProRail verbeterprogramma’s ingericht. Die richten zich op vermindering van de uitval én op het voorkomen en sneller afhandelen van verstoringen. Factoren die NS kan beïnvloeden zijn onder meer het materieel, personeel en logistiek plan. ProRail richt zich op de infrastructuur, op storingen door derden en op de invloed van het weer op de infrastructuur.

In 2016 heeft ProRail diverse verbeteringen doorgevoerd. Dat waren onder meer het herijken van het windwaarschuwingssysteem op de brug Hollands Diep, aanpassing van het brandblussysteem in de tunnel Barendrecht, het plaatsen van hectometerbordjes in spanningssluizen (deel van de bovenleiding waar een trein overgaat van de ene op de andere spanning) en het beschikbaar hebben van een hulplocomotief in Rotterdam. Voor de delen van de HSL-corridor waar niet op hogesnelheidsspoor wordt gereden, heeft ProRail een verstoringsanalyse uitgevoerd. Op basis van uitkomsten wordt in 2017 in samenwerking met de tracéteams en spooraannemers een nieuw onderhoudsregime bepaald en ingevoerd, dat gericht is op verdere verkleining van de kans op verstoringen.

In de zomer van 2016 heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu de verbeterplannen Intercity direct van ProRail en NS laten onderzoeken. Daaruit bleek dat indien er aanvullende maatregelen worden getroffen eind 2017 een niveau van 5-7% uitval kan worden bereikt. ProRail en NS verwachten een uitvalpercentage in deze ordegrootte in een stabiele situatie en werken aan het verder reduceren van de uitval.

Fundamentele verbeteringen nodig

Uit het onderzoek naar de verbeterplannen Intercity direct bleek ook dat fundamentele systeemverbeteringen op de HSL-corridor nodig zijn om de prestaties naar een hoger niveau te tillen. Dat betekent vergaande aanpassingen en investeringen in de infrastructuur en de al in gang gezette proactievere onderhoudssystematiek. Met het onderzoek zijn diverse suggesties voor maatregelen voor de (middel)langetermijn gedaan die zullen helpen om de complexiteit van de HSL terug te dringen. Deze suggesties sluiten grotendeels aan op de lopende initiatieven maar bieden ook nieuwe impulsen. Voorbeelden zijn het plaatsen van windschermen op de Brug Hollands Diep, het reserveren van spoor 3 Rotterdam Centraal voor HSL-treinen en diverse technische maatregelen. ProRail heeft deze suggesties voor nader onderzoek opgenomen in een verbeterprogramma.

Schiphol

De prestaties rondom Schiphol zijn in 2016 verbeterd. In samenwerking met diverse stakeholders is de procedure bij brandmeldingen aangepast, waardoor de hinder als gevolg van brandmeldingen in de Schipholtunnel is verminderd. Het lagere aantal brandmeldingen in 2016 was mede te danken aan extra operationele alertheid en maatregelen zoals de frequentere periodieke reiniging van de tunnel. Ook hebben we met behulp van een nieuwe versperringsmaatregel de impact van brandmeldingen in de tunnel aantoonbaar gereduceerd. Hiermee voorkomen we dat brand‐, rook‐ of geurmeldingen direct leiden tot ontwrichting van het treinverkeer.

In 2016 is de hinder als gevolg van storingen aan de infrastructuur gedaald. De planmatige aanpak van terugkerende storingen en uitvoerig onderzoek naar de oorzaken hebben hieraan bijgedragen. Bovendien is in het kader van het project OV SAAL(Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad) veel nieuwe infrastructuur in bedrijf genomen en de oudere infrastructuur gesaneerd.

Beter en Meer: verbeteringen op en rond het spoor

In het programma Beter en Meer werken NS en ProRail samen aan betere prestaties op het spoor. Om het spoor als vervoerproduct aantrekkelijker te maken is meer betrouwbaarheid van de treindienst nodig (‘Beter’), moet hoogfrequent rijden mogelijk worden (′Meer′). Ook zijn verdere verbeteringen van de prestaties op stations en van de veiligheidscultuur vereist.

ProRail werkt met de Verbeteraanpak Trein (VAT) toe naar hoogfrequent vervoer op de A2-corridor tussen Eindhoven en Amsterdam. Het programma Be- en Bijsturing van de Toekomst (BBT) beoogt een zo snel mogelijk herstel van het treinverkeer na een verstoring. In het programma Verbeteraanpak Stations (VAS) verbeteren we de kwaliteit van stations, voor en samen met onze klanten, de vervoerders.

In juli 2016 besloot NS na een intensief gezamenlijk traject met ProRail om de frequentieverhoging op de A2-corridor in de dienstregeling van 2018 door te voeren. Dit zullen wij op verschillende manieren realiseren. Om de betrouwbaarheid te kunnen verhogen en meer treinen te kunnen laten rijden, hebben wij diverse stappen gezet. Er is voortaan extra capaciteit om treinen op te stellen en schoon te maken. Gebundelde monitoring en besluitvorming om grote verstoringen landelijk aan te pakken en af te handelen wordt ondergebracht bij het Centraal Monitor- en Beslis Orgaan (CMBO). Andere initiatieven zijn aangescherpte analyse, gerichter onderhoud, een scherpere planning van de dienstregeling en de introductie van nieuwe hulpmiddelen op stations, zoals instapzones en aftellers op de perrons.

Binnen het VAS-programma werken ProRail en NS Stations samen (en met onze partners in de stationsgebieden) om de stations nog aantrekkelijker te maken. In 2016 zijn diverse stappen gezet. Op station Utrecht zijn vergrote reisinformatieschermen opgehangen om de leesbaarheid te verbeteren, begin 2017 volgen de andere drie grote stations Amsterdam Centraal, Rotterdam Centraal en Den Haag Centraal. Daarnaast is voor de reizigers een nieuwe, vereenvoudigde 3D-stationsplattegrond ontworpen. Tot slot verbeterden we samen met de lokale overheden de reisinformatie op verschillende stations voor bus, tram en metro en zijn samen met belangenorganisatie Rover plannen ontwikkeld ter verbetering van de bewegwijzering op en rond stations.

ICT

In 2016 zijn diverse ICT-projecten afgerond. In totaal zijn er ruim 100 ICT-projecten gaande met een investeringsvolume van totaal EUR 70-80 miljoen gespreid over komende jaren. Hieronder volgen voorbeelden van in 2016 succesvol gerealiseerde projecten:

  • Digitaal Schouwen. Dankzij dit project is het mogelijk geworden om, met behulp van camera’s op treinen en beeldherkenningssoftware, de positie van seinen, borden, wissels en andere objecten in en langs het spoor exacter vast te stellen. Bestaande tekeningen van het spoor, de zogeheten OBE1-bladen, kunnen worden gecontroleerd en geactualiseerd. Voor treindienstleiders, leiders werkplekbeveiliging, machinisten en aannemers is het cruciaal dat de informatie die ‘binnen’ op tekeningen en in systemen is vastgelegd 100% overeenkomt met de werkelijke situatie ‘buiten’.

  • Inspecteur van de toekomst. Dit project heeft een nieuwe app opgeleverd waarmee inspecteurs van de infrastructuur efficiënt en mobiel spoorgegevens kunnen raadplegen en resultaten vastleggen. De inspecteurs zijn voortaan minder tijd kwijt aan administratieve taken en kunnen meer tijd aan de daadwerkelijke inspecties besteden.

  • Dashboard Assetmanagement. Met dit dashboard zijn trends in de spoorprestaties meer inzichtelijk geworden en kan beter op trends worden gestuurd, vooral bij onderhoud en operatie.

  • Materieel Treinpositie Service. Met dit project is gewerkt aan beter inzicht in de positie van treinen, bijvoorbeeld als een trein een emplacement binnenrijdt of verlaat, bij verstoorde situaties en als hulpmiddel bij de be- en bijsturing. Ook goederen- en reizigersvervoerders vragen om nieuwe diensten die beter inzicht in de positie van treinen en materieel bieden. De service kan nu worden ingezet voor verschillende diensten zoals SpoorWeb.

  • Trein Op de Lijn (TOL). De applicatie Routelint,die binnen dit project is ontwikkeld, is in 2016 landelijk uitgerold en voorziet NS-machinisten van actuele informatie over de verkeerssituatie op het baanvak. Machinisten kunnen de trein voortaan nauwkeuriger laten rijden en het aantal roodseinpassages zal afnemen. Zo draagt TOL bij aan punctualiteit én veiligheid.

  • SpoorWeb. Dit platform biedt voor alle partijen, zoals brandweer, politie, ambulancediensten, gemeenten, waterschappen en Rijkswaterstaat, betere ondersteuning bij de afhandeling van incidenten. De informatie en functionaliteit worden zodanig aangeboden dat alle betrokken partijen hetzelfde beeld hebben van de situatie, en technische verbeteringen hebben ervoor gezorgd dat de desbetreffende applicatie breder in de sector kan worden ingevoerd. De SpoorWeb-keten biedt directe ondersteuning aan de dienst Incidentafhandeling en indirecte steun aan de hoofdprocessen Storingsherstel en Logistieke bijsturing.

  • Tijdig Roestrijden. Door roest aan sporen en wissels kunnen treinen niet meer gedetecteerd worden. Dit project geeft de treindienstleider actuele informatie over de status van de sporen en geeft aan wanneer roestrijden nodig is. De treindienstleider kan vervolgens het plan aanpassen en treinen laten roestrijden. De nieuwe aanpak leidt tot een efficiëntere ontroesting.

  • Herbevestiging gebruik goederenpaden. Dankzij dit project worden goederenvervoerders voortaan actiever betrokken bij het benutten van de beschikbare goederenpaden. Goederenpaden die niet worden benut, kunnen direct door de vervoerder worden vrijgegeven voor gebruik door andere vervoerders, met een betere benutting van het spoor als resultaat.

  • 1OBE: Overzicht Baan en Emplacement

Uitwijkoefeningen ICT

Net als in voorgaande jaren zijn in 2016 drie ICT-uitwijkoefeningen van verkeersleidingsposten uitgevoerd. Bij zo’n oefening wordt de uitval van het rekencentrum van een verkeersleidingspost gesimuleerd. Een verkeersleidingspost moet dan binnen vier uur elders worden opgebouwd. In 2016 betrof het de posten Utrecht, Amersfoort en Maastricht. Indien bij een brand niet alleen de computers van de treinbesturing maar ook die van de beveiligingsinstallatie van het emplacement verloren zijn gegaan, is voorzien in een scenario dat wissels worden geklemd en vaste routes kunnen worden gereden. Dit scenario is in Maastricht geoefend, wissels zijn bij de oefening in een vooraf bepaald verkeerspatroon geklemd.

Naar aanleiding van de APK-keuring in 2016 – een onderzoek naar de staat van onze ICT-infrastructuur – zijn de aanbevelingen, zoals uitwijk kantoorautomatisering, upgrade computerruimtes posten Kijfhoek en Rotterdam conform planning opgevolgd. De kwaliteit van de datacenters van de overige verkeersleidingsposten was conform de APK op orde.

Van OPC naar PGO: meer grip op operationele prestaties

ProRail implementeert tot 2019 Prestatie Gericht Onderhoud (PGO) en streeft, naast de borging van veiligheid naar betere prestaties van het spoor, compliant contracten, een optimale prijsprestatie-verhouding en professioneel opdrachtgeverschap. In PGO-contracten worden de gewenste prestaties opgenomen; de realisering daarvan is volledig in handen van de aannemer. Alle contracten worden via een Europese aanbestedingsprocedure op de markt gebracht. Het doel is om vanaf eind 2019 alle onderhoud in Nederland op basis van prestatiecontracten uit te voeren. In 2015 en 2016 hebben wij vergelijkingen gemaakt tussen OPC1 en PGO-gebieden. Hieruit is gebleken dat storingen en treinhinder in PGO-gebieden sneller afnemen dan in OPC-gebieden. Bovendien leidt de nieuwe aanpak tot een significante kostenreductie.

Het PGO-programma bestaat uit zeven deelprojecten:

  1. Aanbesteding PGO-contracten:
    De 21 contractgebieden worden tot eind 2019 aanbesteed in negen tranches. In 2016 zijn de eerste drie tranches aanbesteed:
    - Tranche 1, PGO de Peel, Hollands-Noorderkwartier en Rotterdam: Deze contractgebieden zijn op 1 mei 2016 gegund en de winnende aannemers zijn gestart op 1 oktober.
    - Tranche 2, PGO Drenthe, Rijn & Gouwe en Zeeland: Als gevolg van rechtszaken zijn deze contractgebieden iets vertraagd en eind december 2016 voorlopig gegund.
    - Tranche 3, PGO Amsterdam, Veluwe en Betuwe: Eind 2016 is voor Amsterdam de aanbestedingsfase begonnen.
    Over deze aanbestedingen zijn diverse juridische procedures gevoerd jegens ProRail, deze zijn positief voor ProRail verlopen.

  2. Tracéteam van de toekomst:
    Het PGO-contract vergt een nieuwe manier van contracthandhaving, met sturing op output in plaats van input. In 2016 zijn de huidige situatie en knelpunten in kaart gebracht, en zijn de inrichtingsprincipes en verbeteringen voor het toekomstig ontwerp geïnventariseerd.

  3. Risicobeheersing:
    Nu met de overgang naar PGO-contracten de beheersing van technische risico’s in de markt is belegd, moet er ook een nieuwe rolverdeling komen tussen ProRail en aannemers. Tegen deze achtergrond heeft ProRail een nieuw normenkader ontwikkeld voor kleinschalig onderhoud voor alle onderhoudscontracten.

  4. Data & Informatie op orde:
    Om de transitie naar PGO-contracten vloeiend te laten verlopen, zijn juiste, consistente configuratie- en sturingsdata van groot belang. Dit programma zorgt voor verdere professionalisering van deze data.

  5. Kennis & Opleiding:
    In 2016 is het opleidingsplan ontwikkeld voor interne en externe stakeholders van het PGO-programma. Ook zijn er Project Start Up Meetings georganiseerd om de transitie naar PGO binnen een bepaald gebied zo goed mogelijk te laten verlopen. Deze meetings zijn door de betrokkenen goed ontvangen.

  6. Verbinding & Communicatie:
    Gezien de grote impact van de transitie naar prestatiesturing is verbinding & communicatie een belangrijk aandachtspunt.

  7. Specials:
    Naast de deelprojecten gericht op de transitie naar PGO zijn er vijf strategische vooronderzoeken gestart: de Specials. De resultaten hiervan worden mogelijk in de deelprojecten verwerkt.

  • 1OPC= Output Proces Contract
Voeg toe aan Mijn verslag Toegevoegd aan Mijn verslag

Capaciteit

In 2016 zijn belangrijke wijzigingen aan de infrastructuur voltooid en is er gewerkt aan een derde spoor voor het goederenvervoer tussen Zevenaar en Oberhausen.

Meer capaciteit

In december 2016 is de dienstregeling 2017 ingevoerd. Er kunnen meer treinen rijden, omdat we belangrijke nieuwe en vernieuwde infrastructuur hebben opgeleverd. Met DoorStroomStationUtrecht (DSSU) zijn de sporen rond Utrecht Centraal in rechte banen gelegd, is het aantal sporen naar het zuiden verdubbeld van vier naar acht en zijn kruisingsvrije passages aangelegd. Ook tussen Schiphol Airport en Amsterdam RAI zijn sporen en kruisingsvrije passages bijgekomen. Vanwege deze nieuwe capaciteit gaan in 2017 extra treinen rijden tussen Almere en Schiphol Airport. Tevens zijn voorbereidingen getroffen om het mogelijk te maken dat vanaf 2018 elke 10 minuten een intercitytrein rijdt tussen Amsterdam en Eindhoven.

Nieuwe vervoersconcessies

In december 2016 zijn nieuwe vervoerconcessies gestart: Arriva verzorgt het regionale treinvervoer in Zuid-Limburg en Abellio tussen Gouda en Alphen aan den Rijn. In april 2017 start de door Abellio verzorgde treindienst tussen Düsseldorf en Arnhem.

Aanleg Derde Spoor Duitsland

In het kader van de European Railfreight Corridor Rhine-Alpine wordt een derde spoor aangelegd tussen Zevenaar en Oberhausen. Deze werkzaamheden hebben in 2016 geleid tot 26 weken capaciteitsbeperkingen op deze corridor. Circa 15.000 goederentreinen hebben gedurende deze periode volgens een gewijzigde dienstregeling gereden. Dat is goed verlopen dankzij de gezamenlijke inspanningen van ProRail, vervoerders, verladers, terminals, infrabeheerder DB Netze en de betrokken provincies. Namens het ministerie van Infrastructuur en Milieu voert ProRail een subsidieregeling voor omleidingskosten uit. Het betreft een door de EU geratificeerde regeling waarin een deel van de extra kosten die goederenvervoerders maken voor het moeten omrijden vanwege de werkzaamheden aan het Derde Spoor worden gecompenseerd. De compensatie bestaat uit de volledige extra gebruiksvergoeding en een deel van de extra personeel- en materieelkosten.

Voeg toe aan Mijn verslag Toegevoegd aan Mijn verslag