Operationele prestaties

Wij spannen ons maximaal in voor een soepel verlopend treinverkeer. In het eerste kwartaal deden zich een aantal grote incidenten voor waardoor de prestaties op het gebied van punctualiteit en uitval onder de bodemwaarde uitkwamen. Gedurende het jaar is de achterstand ingelopen, maar de prestaties waren overall lager dan in 2014. Er zijn veel activiteiten gestart om de prestaties te verbeteren, waarvan de effecten worden verwacht in 2016.

In het kort 

Voeg toe aan Mijn verslag Toegevoegd aan Mijn verslag

Punctueel spoor

Punctualiteit

Onze doelstelling Punctueel spoor realiseren we door een dienstregeling die in de praktijk goed uitvoerbaar is en door samen met vervoerders de prestaties op het spoor te verbeteren. Hoewel onder het niveau van 2014, werden in 2015 goede punctualiteitscijfers behaald. De scores voor het reizigers- en goederenvervoer kwamen allemaal uit boven of gelijk aan de met het ministerie van Infrastructuur en Milieu afgesproken bodemwaarde.

Punctualiteit

Toelichting punctualiteit

Punctualiteit reizigersverkeer (< 3 minuten)
Gewogen gemiddelde (op basis van aantallen metingen) van de cijfers op 3 minuten voor Hoofdrailnet, Regionale Series en HSL-producten en ICE.

Reizigerspunctualiteit HRN (< 5 minuten)
De prestatie-indicator ‘reizigerspunctualiteit’ is ingevoerd in 2015 en wordt het komende jaar doorontwikkeld, derhalve is deze prestatie-indicator nog geen onderdeel van de uitgevoerde externe audit van EY Accountants.

Punctualiteit goederenverkeer (< 3 minuten)
Het percentage goederentreinen waarbij de vertraging t.o.v. het laatst gewijzigde plan (het actuele plan - dat sporadisch tijdens de rit nog gewijzigd wordt) op het eindpunt van de route minus de vertraging op het startpunt van de route kleiner is dan drie minuten. Als de vertrekvertraging negatief is, wordt deze op nul gezet. Punctualiteit van goederenverkeer wordt gemeten op zes vastgestelde goederenroutes voor alle treinen met de rijkarakteristieken GO (goederentreinen) en EUC (Europese Unit Cargo). Voor 2015 zijn deze zes vastgestelde goederenroutes: in beide richtingen (met genoemde tussenpunten): Kijfhoek – Eindhoven – Sloe, Beverwijk – Utrecht – Sittard, Amsterdam Westhaven – Meteren, Roosendaal – Amersfoort – Oldenzaal, Kijfhoek – Eindhoven – Venlo en Kijfhoek – Amersfoort – Onnen. Afwijkingen van deze routes worden alleen gemeten als de omleiding plaatsvindt over een eveneens gemeten route. Andersom worden treinen die normaal niet worden gemeten bij een omleiding over een wel gemeten route ook meegenomen in de berekening.

Punctualiteit regionale series (< 3 minuten)
Het percentage treinaankomsten waarbij het verschil tussen de oorspronkelijk geplande tijd en de vastgestelde realisatietijd kleiner is dan 3 minuten. Uitgevallen aankomsten en aankomsten van vervangende treinen worden niet meegerekend. Punctualiteit van de Regionale Series wordt gemeten op 31 stations voor treinseries van vijf vervoerders (Arriva, Connexxion, NSR, Syntus en Veolia).

Punctualiteit reizigersverkeer

De resultaten over 2015 bleven iets achter bij de uitstekende prestaties in 2014, namelijk 89,5%. Er was meer hinder als gevolg van diverse verstoringen, met name enkele grote incidenten in het eerste en vierde kwartaal. In 2015 is een begin gemaakt met de zogenaamde ‘dagstart’ waarbij op een aantal posten de prestaties van de voorgaande dag worden geëvalueerd. Ook regionaal en landelijk vinden deze evaluaties plaats, respectievelijk elke twee en vier weken, waarbij consequent veel aandacht uitgaat naar het voorkomen van klanthinder en storingen, en het sneller opstarten van het treinverkeer na een verstoring. De dagstart wordt ook op de andere verkeersleidingsposten ingevoerd.

Reizigerspunctualiteit hoofdrailnet (HRN)

In 2015 heeft ProRail de reizigerspunctualiteit ingevoerd: dit cijfer geeft het percentage reizigers aan wiens treinreis minder dan vijf minuten vertraging heeft opgelopen ten opzichte van het dagplan. Uitgevallen treinen en gemiste aansluitingen wegen ook mee. De reizigerspunctualiteit, een coproductie van ProRail en NS op het hoofdrailnet, wordt gemeten door NS. De met het ministerie van Infrastructuur en Milieu afgesproken bodemwaarde is 90,0%; de realisatie in 2015 was 91,0%.

Punctualiteit goederenverkeer

In 2015 lag de punctualiteit van het goederenverkeer op 80,0%, precies de bodemwaarde die overeengekomen is met het ministerie van Infrastructuur en Milieu. De werkzaamheden in Duitsland, waardoor regelmatig beperkt of geen goederenverkeer over de Betuweroute kon plaatsvinden en omleidingen via de Brabantroute noodzakelijk waren, hadden een negatieve invloed op de goederenpunctualiteit. Om hierin verbetering te brengen is in 2015 de grensdisponent ingericht in Duisburg, om grensoverschrijdend verkeer beter te volgen en tijdig te kunnen anticiperen. Bovendien is het corridorteam Brabantroute gevormd, dat bestaat uit de verkeersleidingposten Eindhoven en Kijfhoek. Vanaf 2016 zal de bovengenoemde ‘dagstart’-aanpak ook voor het goederenvervoer worden ingevoerd, vanwege de spoorwerkzaamheden in Duitsland die mogelijk effect hebben op de prestaties op het goederennet in Nederland.

Geleverde treinpaden

Een treinpad is een capaciteitsreservering op het spoor, nodig om een trein van A naar B te rijden. Als een trein (op een deel) niet rijdt en de oorzaak ligt bij ProRail, dan is het betreffende treinpad niet geleverd. Verstoringen door het weer en door derden worden ook meegenomen. Het percentage geleverde treinpaden lag in 2015 met 97,9% boven de met het ministerie van Infrastructuur en Milieu afgesproken bodemwaarde van 97,5%.

Geleverde treinpaden

Toelichting geleverde treinpaden

De gerealiseerde treinpaden voor alle reizigersvervoerders plus de niet-gerealiseerde treinpaden waarvan de vervoerders de veroorzaker zijn. Een treinpad is een capaciteitsreservering op de infrastructuur die nodig is om een trein te rijden. Een treinpad wordt gekaderd door de treinactiviteiten die onder één treinnummer op één verkeersdag zijn gepland.

Uitval

Met de introductie van reizigerspunctualiteit is besloten om op uitval geen bodemwaarde meer te zetten. Het uitvalcijfer wordt wel gepubliceerd, voor het totale reizigersverkeer én voor de individuele groepen Hoofdrailnet, Regionale Series en HSL-producten.

Uitgevallen treinen

Toelichting uitgevallen treinen

Het percentage treinaankomsten dat niet is gerealiseerd.

Incidenten

Als landelijk de treinpunctualiteit onder de 75% daalt en/of de uitval boven de 10% uitkomt, spreken wij over een ‘zwarte prestatiedag’. Dergelijke dagen kwamen in 2015 meerdere keren voor:

  • ICT-storing in Utrecht op 22 januari

  • IJzel aan de bovenleiding op 24 januari

  • De versoberde dienstregeling wegens verwacht winterweer op 29 januari

  • Stroomstoring in de verkeersleidingspost Utrecht op 2 februari

  • Stroomstoring bij Diemen op 27 maart

  • De zware zomerstorm op 25 juli

  • Bovenleidingbreuk op Utrecht Centraal op 11 september

  • Herfstweer in november met negatieve uitschieters op 6, 9, 10, 13 en 24 november

In 2015 is een evaluatieteam van start gegaan om de klanthinder en storingen te onderzoeken en aanbevelingen ter verbetering te doen. De eerste resultaten daarvan zijn inmiddels ingevoerd.

Voeg toe aan Mijn verslag Toegevoegd aan Mijn verslag

Betrouwbaar spoor

Ook in 2015 hebben we nog steeds dagen gekend waarbij één of meerdere verstoringen een grote impact hadden op het treinverkeer en veel reizigers flinke vertragingen opliepen. Om er achter te komen wat er in die situaties misgaat en waarom het soms lang duurt voordat de treinen weer rijden, is er door in- en externe partijen onderzoek gedaan. Doel daarvan is om dit type storingen in de toekomst waar mogelijk te voorkomen en, wanneer het toch misgaat, het treinverkeer weer zo snel mogelijk op te starten. Omdat storingen niet 100% uit te sluiten zijn, maar de kans erop of de impact ervan wel kan worden verkleind, hebben we in 2015 onze ICT-systemen verder verbeterd en vervangen, beter preventief onderhoud aan het spoor laten plegen, scherpe analyses gemaakt van terugkerende storingen en voorbereidingen getroffen voor de oprichting van het Centraal Monitor- en Beslisorgaan.

Oorzaken van Treindienst Aantastende Onregelmatigheid (TAO)

Toelichting TAO´s

Een Treindienst Aantastende Onregelmatigheid (TAO) is een verstoring van de dienstregeling, veroorzaakt door een onregelmatigheid aan de infrastructuur.

TAO

ICT-storingen Utrecht Centraal

Treinreizigers rond Utrecht Centraal ondervonden op 22 januari last van geen c.q. beperkt treinverkeer door een storing van het netwerk tussen de verkeersleidingpost Utrecht en het ProRail-rekencentrum in Nieuwegein. Onderzoek liet zien dat de storing het gevolg was van een aanpassing in het netwerk. Er zijn maatregelen genomen om herhaling te voorkomen. Op 2 februari deed zich in Utrecht een tweede storing voor, ontstaan in één van de computersystemen van het ProRail-rekencentrum in Nieuwegein. Ook deze storing, veroorzaakt door storingen van hardware-onderdelen, zorgde voor grote overlast. Project PVC (Post 21 Vervangen Cluster), dat de betreffende hardware van de computersystemen op alle posten vervangt, liep al en is na de storing versneld.

APK ICT-systemen

De rol van ICT is cruciaal voor het functioneren van het spoor. Ook onder de meest extreme omstandigheden moet het blijven functioneren. ProRail heeft een extern bureau de opdracht gegeven voor een APK-keuring op onze systemen na de twee grote, hierboven genoemde ICT-storingen in de eerste helft van 2015. Uit de keuring is gebleken dat onze ICT-systemen goed op orde zijn, ze zijn robuust en het risico op storingen met grote gevolgen is laag. Er zijn nog wel enkele aandachtspunten.

In het rapport komt als belangrijk aandachtspunt de status van de post Kijfhoek naar voren. De bouwkundige staat van het datacentrum is daar onder de maat en vormt daarmee een risico voor de dienstverlening van het goederenvervoer. De situatie op Kijfhoek is door ICT met spoed opgepakt, voor het einde van 2016 moeten de zaken daar op orde zijn. Daarnaast is het advies om meer regie te voeren over de interactie die steeds meer ontstaat tussen het ICT-domein van de treindienst en de ICT voor de interne bedrijfsvoering. ICT voert hiervoor verbetermaatregelen door.

Belangrijke ICT-projecten

ProRail investeert ongeveer € 60 miljoen in de versterking van bestaande én de realisatie van nieuwe ICT-systemen. In 2015 zijn diverse projecten afgerond. Voorbeelden zijn de invoering van nieuwe plan- en controlesystemen, de vervanging van centrale computers op de verkeersleidingposten en de installatie van een nieuw netwerk, de ingebruikname van nieuwe alarmeringssystemen, de introductie van opleidingssimulators voor scholing en de ontwikkeling van speciale apps voor operationele medewerkers, inspecteurs en storingsrapporteurs. We vernieuwen de ICT-middelen die ons ondersteunen bij de uitvoering van de treindienst. Zo kunnen we meer capaciteit en een betere benutting van het spoor realiseren.

PGO: meer grip op operationele prestaties

Operationele verbeteringen op het spoor komen onder meer tot stand door het vakmanschap van de aannemers meer ruimte te geven en ze te prikkelen tot innovatie. ProRail gebruikt hiervoor de contractvorm Prestatie Gericht Onderhoud (PGO), waardoor beter grip ontstaat op de operationele prestaties.

In de PGO-contracten liggen de gewenste prestaties vast, terwijl de aannemer beslist welke expertise en werkwijze worden ingezet. Alle PGO-contracten worden via openbare aanbesteding op de markt gebracht; het doel is om binnen een paar jaar alle onderhoud in Nederland op basis van PGO-contracten uit te voeren.

Nieuwe PGO-aanbestedingen opgestart

Begin 2015 zou ProRail drie nieuwe PGO-aanbestedingen opstarten. Deze zijn vertraagd nadat onvolkomenheden waren gemeld over vier in 2014 gegunde PGO-pilotgebieden. Er is een onderzoek naar de onvolkomenheden gestart en dat heeft geleid tot aanbevelingen voor de nieuwe PGO-aanbestedingen. Uiteindelijk zijn in augustus drie openbare PGO-aanbestedingen opgestart. Deze aanbestedingen moeten leiden tot onderhoudscontracten die volledig compliant zijn en in 2016 ingaan. Deze aanbestedingen zijn onderdeel van de uitrol van 16 aanbestedingen leidend tot in totaal 20 PGO-contracten. Die 16 aanbestedingen bestaan uit het omzetten van de resterende OPC-gebieden en het opnieuw aanbesteden van de huidige PGO-contracten.

Contractontwikkeling PGO

Door middel van evaluatiesessies en gesprekken met belanghebbenden, zoals de onderhoudsaannemers en interne stakeholders, wordt doorlopend gezocht naar verbeteringen van PGO-contractering. Dit heeft geresulteerd in diverse verbeteringen in de PGO-contracten die in 2015 zijn aanbesteed, zoals een landelijk uniform faalvormen- en oorzakenregister (FMECA). Ook is gewerkt aan een verbeterde contract- en aanbestedingsvorm, deze moeten leiden tot het gunnen van onderhoudscontracten met de juiste prijs-kwaliteitverhouding.

Naast de toetsing van komende aanbestedingen en de aanpassing van organisatie en procedures, werkt ProRail aan een actieplan om alle aanbestedingen zo snel mogelijk in lijn te brengen met wet- en regelgeving. Tevens zal de informatievoorziening naar het ministerie worden aangescherpt.

Kennis, opleiding en operationele samenwerking PGO

Het opleidingshuis PGO heeft tot doel om branchebreed PGO-kennis te vergroten. Eind 2014 is gestart met de opzet van dit opleidingshuis en in 2015 zijn diverse e-learning modules, trainingsdagen en samenwerkingsmodules beschikbaar gekomen voor collega’s van ProRail en van de spooraannemers. Ook is de ontwikkeling in gang gezet om de PGO-opleiding verder te professionaliseren door de opleiding onder te brengen bij het opleidingsinstituut van de spoorbranche, Rail Infra Opleidingen in Amersfoort.

Informatie Levering Specificaties (ILS)

De spoorbranche wil op een eenduidige en efficiënte manier infra-informatie uitwisselen. Het gaat daarbij om data van onze spoorobjecten (de infraconfiguratie) en data over het bijbehorende onderhoud, conditie en prestatie van de assets. Hiervoor zijn de Informatie Levering Specificaties (ILS’en) ontwikkeld, die essentieel zijn om SpoorData op orde te brengen en houden. Spoordata is een platform dat altijd en overal beschikbaar is met alle spoorgegevens voor spoorpartners. ILS’en worden onderdeel van de PGO-contracten. Uitgangspunt is dat ProRail en alle onderhoudsaannemers over de juiste en volledige informatie van assets beschikken. Voor 20 infrasystemen (met daarin vele spoorobjecten) is de exacte vereiste informatie met de spoorbranche gespecificeerd. Deze 20 systemen behoren tot de systemen die de meeste storingen veroorzaken of zeer kostbaar zijn.

In overleg met de onderhoudsaannemers is in 2015 besloten om de beproefde werkwijze voor het opstellen en bespreken van de Informatie Levering Specificaties in 2016 en 2017 voor 10 extra systemen voort te zetten. Zo komen we tot een volledig beeld van de informatie van de belangrijkste systemen van het spoor. Hiernaast loopt ook een project voor het integraal op orde brengen van de infraconfiguratie, waarna ze worden opgenomen in de informatiesystemen. Planning is dat dit eind volgend jaar voor de vastgestelde ILS’en is afgerond.

Het prototype van het ICT-systeem voor het gemakkelijk uitwisselen van gegevens met de onderhoudsaannemers bevindt zich in de testfase. In 2016 vindt daarover besluitvorming en implementatie plaats. Medio 2017 moet voor 20 systemen alles in productie zijn.

Incidenten en nieuwe onderhoudsnormen

In 2015 vonden meerdere incidenten plaats, zoals onze overtreding van de beheerconcessie in verband met de contractlooptijd, het ontbreken van afkeuringsnormen en onvoldoende verankering van normafwijkingen in de veiligheidsmanagementsystemen.

Ter verbetering van het onderhoud ontwikkelt ProRail een nieuwe aanpak, inclusief een actuele, goed werkbare set normen op basis van internationale standaarden. In 2015 zijn grondige analyses uitgevoerd naar factoren die de veilige berijdbaarheid van het spoor in de weg kunnen staan; de daaruit voortkomende normen, die onderdeel worden van de PGO-contracten, zullen veel meer duidelijkheid bieden wanneer welk onderhoud nodig is, en legt de verantwoordelijkheden van de betrokken partijen nadrukkelijk vast. De ontwikkeling en invoering van deze nieuwe normen is gebaseerd op intensief overleg met het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), aannemers, vakbonden, reizigersorganisaties, vervoerders en verladers. Een belangrijke nieuwe waarde is de “onmiddellijke actiewaarde”. Bij het bereiken van de onmiddellijke actiewaarde is de infra niet te berijden en kan dit dus gevolgen hebben voor het treinverkeer en hinder opleveren voor reizigers. De toepassing van de ‘onmiddellijke actiewaarde’ is ingevoerd in oktober 2015.

Be- en Bijsturing van de Toekomst: inrichting van het Centraal Monitor- en Beslisorgaan

In de afgelopen jaren was de dienstregeling enkele keren ernstig ontregeld als gevolg van grote calamiteiten en stonden reizigers lange tijd letterlijk en figuurlijk in de kou. Het ging hierbij om verstoringen met grote impact, zoals winters weer, storm, grote stroom- en ICT-storingen. Tijdens deze situaties raakte het spoorsysteem ernstig verstoord. Uit analyse bleek dat de bijsturingsorganisatie van NS en ProRail niet effectief is ingericht om dit soort grote verstoringen in goede banen te leiden. Deze constatering én het voornemen om de frequentie van de dienstregeling op de A2-corridor stapsgewijs te verhogen, waren voor ProRail en NS reden om het bestaande proces van be- en bijsturing opnieuw te ontwerpen. Dit is ook in lijn met de Lange Termijn Spoor Agenda (LTSA) van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Eind 2014 is het project ‘Be- en Bijsturing van de Toekomst’ (BBT) gestart. Het programma kent drie fasen waarbij fase 1 in 2016 operationeel wordt. Deze bestaat uit drie hoofdelementen: het inrichten van het Centraal Monitor- en Beslisorgaan (CMBO), de implementatie van verbeterde bijsturingsmaatregelen, de zogenaamde Vooraf Gedefinieerde Bijsturing (VGB) en de implementatie van een belangrijk communicatiemiddel, SpoorWeb, als vervanging van het oude Informatiesysteem verkeersleiding (ISVL). Het hele programma kent een doorlooptijd tot 2020.

Nieuwe verkeersleidingpost

Vorig jaar vond de opening plaats van de nieuwe verkeersleidingpost in Utrecht, één van de belangrijkste van het Nederlandse spoornet vanwege zijn centrale ligging. De nieuwe post ligt buiten het ontruimingsgebied van Utrecht Centraal. Daarom kan de post ook bij eventuele calamiteiten blijven functioneren waardoor het treinverkeer minder hinder ondervindt. De stroomvoorzieningen en ICT-systemen zijn dubbel uitgevoerd, en de post is uitgerust met hybride koelmachines en een energiedak met zonnepanelen. Hiermee draagt het bij aan de CO2-reductie.

Voeg toe aan Mijn verslag Toegevoegd aan Mijn verslag

Capaciteit

De dienstregeling 2016, die in december 2015 inging, is in grote mate vergelijkbaar met de dienstregeling 2015. Komende jaren wordt in Duitsland tussen Emmerich en Oberhausen een derde spoor voor goederenvervoer aangelegd. Door de werkzaamheden is de Betuweroute niet altijd volledig beschikbaar voor goederenvervoer. Dat vangen we onder andere op door treinen om te leiden.

Dienstregeling 2016 en verder

De dienstregeling 2016 is in grote mate vergelijkbaar met de dienstregeling 2015. Het aantal aangevraagde en toegewezen treinritten, ongeveer 3,3 miljoen, blijft op hetzelfde niveau. In 2016 worden vijf vernieuwde stations opgeleverd: Tilburg, Eindhoven, Breda, Den Haag Centraal en Utrecht Centraal. Ook wordt een deel van de spoorprojecten OV SAAL (Openbaar Vervoer Schiphol Airport-Amsterdam-Almere-Lelystad) en Doorstroomstation Utrecht (DSSU) opgeleverd. Dan zal de acht kilometer spoorverdubbeling tussen Amsterdam Centraal en Schiphol Airport zijn gerealiseerd en zal de ontvlechting van de rijbanen in Utrecht voor een betere doorstroming zorgen. Ook wordt een extra keerspoor, rondom Almere opgeleverd: daarmee krijgt het treinverkeer betere aansluitingen op de Flevolijn.

In de eerste helft van 2015 heeft NS in samenwerking met onder andere ProRail een nieuwe structuur voor de dienstregeling op het hoofdrailnet (HRN) ontworpen waarin de treindiensten op een aantal trajecten worden uitgebreid. In het najaar 2015 is dit nieuwe ontwerp samen met de andere vervoerders onder regie van ProRail verder uitgewerkt tot een nieuwe landelijke dienstregelingstructuur voor het dienstregelingjaar 2017.

Eind 2014 en in de loop van 2015 is een aantal aanbestedingen afgerond, onder meer de concessie van Limburg, de concessie Zwolle-Enschede met Zwollen-Kampen en de concessie voor de internationale verbinding Hengelo - Bielefeld. Deze aanbestedingen hebben vanaf de dienstregeling 2017 betekenis voor de treindienst.

Derde Spoor Duitsland

Aansluitend op de Betuweroute wordt de komende jaren in Duitsland een derde spoor van 70 kilometer aangelegd tussen Emmerich en Oberhausen. Met dit Derde Spoor zal de Betuweroute intensiever worden gebruikt en neemt naar verwachting de hoeveelheid goederentreinen op het gemengde net af. De Stuurgroep Derde Spoor heeft maatregelen genomen om tijdens de bouwperiode ongehinderd spoorgoederenvervoer van en naar Duitsland mogelijk te houden.

Zo heeft ProRail in 2015 maatregelen genomen om na versperringen op de omleidingsroutes het goederenvervoer met voorrang weer op te starten. Ook zijn op de verkeersleidingspost in Duisburg treinverkeersleiders (de zogenaamde grensdisponent) van ProRail Verkeersleiding geïnstalleerd voor een soepele doorstroming bij de grenzen. Bovendien is een studie naar inframaatregelen voor de omleidingen Derde Spoor opgesteld voor het ministerie van Infrastructuur en Milieu en is een dashboard Derde Spoor ontwikkeld om de voortgang te bewaken.

De eerste omleidingen hebben in 2015 plaatsgevonden, deels via Venlo, en zijn over het algemeen goed verlopen. Het spoorvervoer kon ongehinderd rijden en klachten uit de omgeving bleven tot een minimum beperkt.

In 2016 wordt een halfjaar lang een deel van de goederentreinen van de Betuweroute omgeleid en worden extra maatregelen genomen om een goede doorstroming in Venlo te garanderen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen vindt tijdens de omleiding zoveel mogelijk plaats over de Betuweroute en er worden inspanningen geleverd om de extra kosten voor de goederenvervoerders zo laag mogelijk te houden.

Integratie Keyrail

De activiteiten van Keyrail zijn per 1 juli 2015 geïntegreerd binnen ProRail. Daarmee wordt tegemoet gekomen aan de behoefte onder goederenvervoerders van één nationale beheerder bij wie zij hun aanvragen kunnen doen. Bovendien kan ProRail een completer dienstenpakket aanbieden, bijvoorbeeld voor de havengebieden Rotterdam en Amsterdam, beide zeer belangrijk voor het spoorgoederenvervoer van en naar Nederland.

Voeg toe aan Mijn verslag Toegevoegd aan Mijn verslag