De pagina ververst bij het selecteren van een onderwerp.

Sla artikel navigatie over.

Capaciteit

ProRail gaat voor duurzame mobiliteit en bereikbaarheid. Het treinverkeer gaat naar verwachting weer groeien, zowel reizigers als goederen, en ProRail zet stappen om deze ontwikkeling in goede banen te leiden.

Mobiliteitsontwikkeling

In 2021 is de deelrapportage spoor als onderdeel van de Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA) opgesteld. Hierin hebben wij in 2021 voor het eerst de landelijke cijfers van bus, tram, metro geanalyseerd en is er een internationale prognose ontwikkeld; beide zijn verwerkt in de IMA. De langetermijnnetwerkvisie is geactualiseerd aan de hand van de nieuwe prognoses. Er is een start gemaakt om een gezamenlijke visie voor goederen op te stellen met de vervoerders. Binnen Eurolink, een Europees samenwerkingsverband, is een internationaal reizigersnetwerk ontwikkeld.

Toekomstbeeld OV: TBOV 2040

De netwerkmodellen binnen Toekomst Bestendig Openbaar Vervoer (TBOV) 2040 zijn geactualiseerd op basis van de prognoses van de IMA. We zijn projectleider voor de logistieke vervolgstudies binnen TBOV 2040, waarvan er vorig jaar vier zijn gestart. Samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat hebben we een langetermijninvesteringsagenda opgesteld. We hebben de eerste stappen gezet om te komen tot integrale keuzes en afwegingen zodat we adaptief kunnen agenderen, programmeren en realiseren.

Integrale Mobiliteitsanalyse 2021

De Integrale Mobiliteitsanalyse 2021 (IMA 2021) – voorheen de Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA) – is een gezamenlijke studie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat en ProRail en is het vervolg van de NMCA 2017. Het doel van deze studie is een actueel overzicht van potentiële mobiliteits- en bereikbaarheidsopgaven voor de periode 2030-2050, gegeven een bepaalde bandbreedte van de socio-economische ontwikkelingen (CPB WLO Hoog en Laag). Het gaat om het vervoer van personen en goederen over wegen, vaarwegen, spoorwegen en het bus-, tram- en metronetwerk. De IMA gaat uit van voortgezet huidig mobiliteits- en ruimtelijk beleid en geeft zo aan de volgende kabinetten handvatten voor het formuleren van nieuw beleid. ProRail is in de IMA verantwoordelijk voor de prognoses van het totale OV, trein én bus/tram/metro, en het goederenvervoer per spoor.

Reizigersvervoer per trein

De groei komende jaren op het Nederlandse spoor is in alle scenario’s aanzienlijk, vooral in de Randstad en de G4 (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht). Drukke corridors worden nog drukker. Deze groei wordt voornamelijk veroorzaakt door sociaaleconomische factoren als de bevolkingsgroei, inkomen, opleiding en autobezit. Ook verbeteringen in de kwaliteit van de dienstregeling spelen een belangrijke rol in de groei van treingebruik. Het Nederlandse spoor wordt sneller, waardoor reizigers ook langere afstanden comfortabel af kunnen leggen. Thuiswerken en lagere kosten voor het gebruik van de auto hebben daarentegen een licht dempend effect. De groei van het vervoer leidt tot extra druk op reizen van en naar de Randstad. Vooral de corridors van en naar de G4 (Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag) worden fors drukker. Bij een maximale materieelinzet leidt dit vooral bij intercity’s tot knelpunten, met name in het drukste ochtendspitsuur tussen 7:30 en 8:30 uur.

Ook het internationaal reizigersvervoer per spoor groeit: het aandeel internationale verplaatsingen in het totale treingebruik stijgt van 1,8% in 2018 tot 2,5% in het scenario met hoge economische groei.

Goederenvervoer

De verwachting is dat het spoorgoederenvervoer groeit van 42,1 miljoen ton in 2019 naar 68,6 miljoen ton in 2040 (hoge scenario):

  • De grootste stromen zijn tussen de havens en het achterland richting Duitsland. Rotterdam brengt het meeste spoorgoederenvervoer voort, gevolgd door het transitovervoer (België ↔ Duitsland via Nederland) en het vervoer van en naar de overige haven- en industriegebieden.

  • Meer dan de helft van het vervoer zal in containers plaatsvinden. Dit is het segment met de grootste groei. Het vervoer van kolen neemt af.

Als we de gevraagde capaciteit voor goederenverkeer naast het aanbod leggen, blijkt dat:

  • In de hoge scenario’s een knelpunt ontstaat op de route van/naar Oldenzaal-grens.

  • De goederenpaden op andere routes naar de grens een hoge benuttingsgraad hebben, waardoor verdere groei vrijwel zeker leidt tot nieuwe knelpunten.

Extra internationale reizigerstreinen concurreren, op de baanvakken in Duitsland aansluitend op de grenzen, met dezelfde, schaarse capaciteit als goederentreinen.

Bus/Tram/Metro (BTM)

Uit de analyses blijkt dat de bezettingsgraad van het bus-, tram en metrosysteem zal toenemen. De groei manifesteert zich voornamelijk in de grootstedelijke gebieden. Het gebruik van BTM als voor- en natransport van de trein neemt sterker toe dan BTM als hoofdvervoerwijze. De groei vertaalt zich in toenemende capaciteitsproblemen in de Randstad maar ook in en rond middelgrote steden als Almere, Lelystad, Eindhoven, Zwolle, Groningen en Nijmegen.

Dienstregeling 2022

In de dienstregeling zijn verschillende wijzigingen doorgevoerd die per zondag 12 december 2021 zijn ingegaan: de nieuwe dienstregeling van 2022. De grootste wijziging is ETMET RoSA: elke tien minuten een trein tussen Rotterdam, Schiphol en Arnhem. Op dit traject rijdt vanaf 12 december 2021 elke tien minuten een intercity. Om dit mogelijk te maken is de afgelopen jaren veel voorbereidend werk gedaan. Deze dienstregeling was al vanaf september 2021 elke woensdag getest. Naast de frequentieverhoging op het traject van ETMET RoSA wordt er tevens een vijfde en zesde sprinter geïntroduceerd tussen Rotterdam en Dordrecht. Ook op het traject Leiden-Utrecht wordt de frequentie verhoogd. In Noord-Holland is de sprinter tussen Amsterdam en Hoorn een kwartier opgeschoven. Dit zorgt voor een verbetering van de aansluitingen in Hoorn, meer snelle verbindingen en een betere verdeling van de treinen over het uur. De grootste wijziging in het noorden van het land is dat de sprinter van NS Reizigers tussen Leeuwarden en Meppel tot en met de avondspits wordt doorgetrokken tot Zwolle. Daarnaast zijn er diverse optimalisaties doorgevoerd in de treindienst van Arriva. In Zeeland gaat een extra intercity rijden die niet meer op alle tussenliggende stations stopt zoals nu het geval is met de intercity’s op de Zeeuwselijn. Dit zorgt voor een betere aansluiting met de Randstad.

Vanaf april 2022 gaat European Sleeper, een nieuwe vervoerder, een dagelijkse nachttrein rijden tussen Praag en Oostende via Duitsland en Nederland. In Nederland komt de trein vanuit Duitsland via Oldenzaal de grens over en rijdt via Amsterdam, Rotterdam en Roosendaal door naar België. Ook NS Internationaal rijdt vanaf december een extra nieuwe nachttrein. In 2021 is gestart met de eerste dagelijkse Nightjet tussen Amsterdam, Innsbruck en Wenen. Vanaf december 2021 gaat de tweede Nightjet dagelijks rijden van Amsterdam naar Zürich. De IC Brussel rijdt net zoals in 2021 zestien keer per dag van en naar Brussel. Vanwege de introductie van ETMET RoSA is in Nederland de eindbestemming van de treinen geharmoniseerd. Alle 32 treinen zullen nu via de Hoge Snelheidslijn (HSL) van en naar Amsterdam Centraal rijden. Er wordt niet meer vier keer per dag via Den Haag Hollands Spoor gereden, zoals afgelopen jaren het geval was. Evenals afgelopen jaren blijft de Alpen Express in het winterseizoen rijden vanaf Den Haag HS via Leiden, Haarlem, Amsterdam, Utrecht, ‘s-Hertogenbosch, Eindhoven en Venlo.

Ontwikkelingen spoorgoederenvervoer

Theemswegtracé

In 2021 is het project Theemswegtracé afgerond. Daarmee is een nieuw tracé van vier kilometer toegevoegd aan de Havenspoorlijn in Rotterdam. Het Theemswegtracé is gebouwd als vervanging van de Calandbrug die steeds meer storingen liet zien. Door het Theemswegtracé wordt de capaciteit van de Havenspoorlijn niet meer beperkt door brugopeningen. De maximale capaciteit groeit van 90 naar 230 goederentreinen per dag. De viaducten en bruggen zijn gebouwd in opdracht van het Havenbedrijf Rotterdam en ProRail was verantwoordelijk voor de aanleg van de spoorinfrastructuur. Het project is zorgvuldig voorbereid met veel afstemming met stakeholders. Voor de indienststelling was een buitendienststelling van zes dagen nodig. Dit was ingrijpend voor de goederenvervoerders, maar is succesvol verlopen.

740 meter sporen

In 2021 werd duidelijk dat de goederenmarkt zo snel mogelijk wil gaan werken met langere treinen. Een langere trein betekent immers meer laadeenheden en dus meer omzet en winstgevendheid ten opzichte van wegvervoer en water. De bestaande containerterminals hebben zich allemaal gemeld met de vraag of de sporen voor de deur en op hun terminal aangepast kunnen worden naar de nieuwe Europese standaard. ProRail is met de terminals in gesprek over de mogelijkheden.

Daarnaast voeren wij in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een corridorstudie uit (bestaande uit deelverkenningen van locaties waar sporen verlengd moeten worden) om 740 meter lange treinen te kunnen faciliteren. Dit moet eind 2022 leiden tot een voorstel voor een uitrolstrategie voor deze treinen en een maatschappelijke kosten-batenanalyse. Als vervolgfinanciering uitblijft, zullen de gestarte 740 meter-projecten on-hold moeten worden gezet. Met de goederensector vindt afstemming plaats over de voortgang binnen een door het ministerie ingerichte Taskforce 740m.

Winter

In februari werd Nederland geconfronteerd met behoorlijke sneeuwval. De impact voor het spoor(goederen)vervoer was groot en het duurde lang voordat de reguliere dienstregeling weer kon worden opgestart. Om die reden heeft ProRail een evaluatie uitgevoerd in hoeverre de organisatie opgewassen is tegen winterweer van deze omvang en welke maatregelen en investeringen gewenst zijn om de prestaties te verbeteren bij komende winterse periodes.

Goedereninitiatief ‘Railfreight, the future is ours’

In september is het online platform Spoorgoederenvervoer, the future is ours gelanceerd. Het betreft een initiatief van, met en voor de sector en vloeit voort uit het Maatregelenpakket Spoorgoederenvervoer. Naast ProRail hebben Havenbedrijf Rotterdam, EvoFenedex, Rail Cargo, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Deltalinqs meegewerkt aan de totstandkoming van het platform en deze gefinancierd. Met dit tweetalige platform communiceert de sector voortaan met één stem en vanuit één afzender over de ontwikkelingen binnen het spoorgoederenvervoer, de uitdagingen en de oplossingen. Daarnaast werkt ProRail aan www.infraoporde.nl dat inzicht biedt in alle werkzaamheden van ProRail om de infra in de Rotterdamse haven en elders in Nederland klaar te maken voor de toekomst. Infraoporde.nl wordt zowel gekoppeld aan ‘the future is ours’ en de ProRail-website en wordt naar verwachting in het tweede kwartaal van 2022 opgeleverd.

Modal Shift

Binnen de sector zijn er zorgen over de ontwikkeling van het ‘level playing field’ van het spoorgoederenvervoer. Het gaat om het kostenniveau van het Nederlandse spoorgoederenvervoer in vergelijking met de buurlanden én ten opzichte van weg en binnenvaart. Samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zijn mogelijke kostenverlagende maatregelen onderzocht. Dit heeft geleid tot een aantal maatregelen door het ministerie, waaronder een verhoging van de huidige subsidieregeling voor stimulering van het spoorgoederenvervoer met € 6 miljoen voor de periode 2021-2022. Verder is per 1 april 2021 een tijdelijke subsidieregeling van kracht geworden ter stimulering van de ‘modal shift’ (van wegtransport naar vervoer per spoor of schip).

Annuleringsheffing

ProRail heeft per 2021 een gewijzigde annuleringsheffing geïntroduceerd, om efficiënt gebruik van capaciteit te stimuleren en invulling te geven aan de wettelijke verplichting om een dergelijke heffing toe te passen. De meeste vervoerders steunden de introductie van de heffing per 2021 niet. De ACM is, mede naar aanleiding van ambtshalve onderzoek, van mening dat met een (verplichte) heffing significante financiële prikkels worden gegeven. Na afstemming met de ACM is besloten de heffing per 2021 wel administratief in te voeren, maar nog niet in rekening te brengen. Voor dienstregelingsjaar 2022 heeft ProRail in overleg met de ACM besloten vooralsnog af te zien van een annuleringsheffing. Dit geeft extra tijd voor zorgvuldige implementatie van een gewijzigde heffing in de toekomst.

Infra op orde

De railinfrastructuur, vooral de corridor Zee-Zevenaar en daarbinnen in het Rotterdamse Havengebied, ondervond de afgelopen jaren veel hinder van onverwachte buitendienststellingen en verstoringen van het spoor. Deze situatie was het gevolg van onvoldoende aandacht voor de kwaliteit van de infrastructuur in het Rotterdamse havengebied. De gevolgen van storingen hebben directe impact op de bedrijfsvoering van spoorgoederenvervoerders en van relevante stakeholders, met name in de haven van Rotterdam. Om de onderhoudsachterstand weg te werken en de infra op orde te brengen, is een Integraal Programma Team (IPT) opgezet. Het afgelopen jaar heeft het IPT zich vooral gericht op de meest urgente zaken. Belangrijkste focus was het openstellen van Waalhaven Zuid voor gevaarlijke stoffen op 1 april 2021.

De systematische aanpak van de infrastructuur bestaat uit diverse onderdelen die in nauwe samenspraak met de goederensector, bevoegd gezag en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat opgepakt worden. In dat licht zal het in 2020 binnen ProRail gestarte programma geformaliseerd worden als een verbeterprogramma onder de beheerconcessie. Op die manier kan het ministerie nadrukkelijker op de resultaten sturen.

Afstemming buitendienststellingen

ProRail heeft in 2021 in de Rotterdamse haven een zeer actieve inhaalslag gepleegd met de vernieuwing van wissels en overwegen. Voor elk project is een buitendienststelling nodig om veilig te kunnen werken. Er is extra inzet gepleegd om de momenten van een buitendienststelling te plannen in overleg met de bedrijven in de omgeving. Aan hen is gevraagd wanneer dit het beste uitkomt. ProRail heeft veel positieve reacties gekregen op deze manier van zorgvuldige afstemming. Uiteindelijk leidt dit tot de minste overlast en een resultaat waar iedereen tevreden over is.