De pagina ververst bij het selecteren van een onderwerp.

Sla artikel navigatie over.

Veilig reizen

Europese definitie significant: Ongeval met een schade > EUR 150.000, of dodelijke/zwaargewonde slachtoffers, of geen treinverkeer mogelijk op gehele baanvak > 6 uur. 

Ontsporingen

Er waren in 2021 in totaal 14 treinontsporingen. Dit aantal was vergelijkbaar met voorgaande jaren. De meeste (13) ontsporingen vonden op lage snelheid plaats tijdens rangeerwerk. Er was één significante ontsporing (volgens de Europese definitie) van een reizigerstrein, op 27 juni bij Groningen, hierbij is geen letsel opgetreden. De oorzaak bleek een gebrek aan de infrastructuur te zijn als gevolg van achterstallig onderhoud. ProRail onderzoekt de oorzaken van de ontsporing en beoordeelt op basis van deze uitkomsten (naar verwachting eind Q1 2022, begin Q2 2022) in hoeverre aanscherping van het onderhoudsproces benodigd is, ter voorkoming van herhaling.

Het aantal spoorstaafbreuken was 52. Dat zijn er, ondanks een relatief koude vorstperiode begin 2021, drie minder ten opzichte van het gemiddelde over 2018-2020. Er vond in de zomer van 2021 één spoorspatting plaats, 7 minder dan het gemiddelde over 2018-2020.

In 2020 heeft ProRail een nieuwe analysemethode ontwikkeld om gericht locaties te identificeren waar de spoorstaafbevestigingen mogelijk niet meer voldoen aan de veiligheidsnormen. Met behulp van een Veiligheidsbericht zijn op deze locaties in korte tijd spoedinspecties uitgevoerd en waar nodig spoorstaafbevestigingen vervangen.

Botsingen

In 2021 hebben er 6 treinbotsingen plaatsgevonden, waarvan 1 significant volgens de Europese definitie. Vier van deze botsingen vonden plaats op lage snelheid tijdens het heuvelproces. De overige twee incidenten waren botsingen met lage snelheid tegen een stilstaande trein of stilstaande wagon; in beide gevallen was er geen sprake van letsel. In één geval was er sprake van een schade van €151.000. Er waren geen botsingen van reizigerstreinen en er waren ook geen botsingen na een stop-tonend-sein-passage (STS).

STS-passages (stoptonend sein)

Het aantal STS-passages in 2021 bedroeg 102[1] . Daarbij werd 19 keer het gevaarpunt bereikt. Deze aantallen zijn een lichte verhoging in vergelijking met het voorgaande jaar (95 respectievelijk 20). Deze verhoging van het aantal STS-passages heeft te maken met het uitzonderlijk lage aantal STS-passages in 2020, die te verklaren is door de uitgedunde dienstregeling als gevolg van de COVID-19 pandemie in dat jaar. In 2021 is er vanaf juni weer volgens een normale dienstregeling gereden, en dat vertaalt zich in een lichte toename van het aantal STS-passages. Ten opzichte van 2019 is het aantal STS-passages in 2021 met 30% afgenomen en het aantal gevaarpunten bereikt met 44% afgenomen. Een mogelijke verklaring voor deze afname is de verdere implementatie van diverse veiligheidsmaatregelen. Voorbeelden daarvan zijn de realisatie van de 5e tranche van het plaatsen van ATB-Vv installaties, het systeem dat de trein stopt als deze onbedoeld een rood sein passeert bij snelheden onder de 40 km/u, en de uitrol van het waarschuwingssysteem ORBIT op het volledige NS-materieel.

  • 1 Het definitieve aantal STS-passages wordt later in het jaar door de ILT vastgesteld. Op basis van nader onderzoek naar de incidenten kan dit definitieve cijfer iets afwijken van het hier genoemde voorlopige cijfer.

Gevaarlijke stoffen

In 2021 was er 1 ontsporing van een trein met gevaarlijke stoffen (2 in 2020). Het risico op lekkage was zeer klein. Tevens vonden er 2 botsingen met gemotoriseerd wegverkeer plaats (2 in 2020). Er waren geen branden of rookvorming met treinen met gevaarlijke stoffen (4 in 2020).

Er waren 32 druppellekkages met laagrisico uitstroom (25 in 2020) en er waren geen incidenten met een hoogrisico uitstroom, tegen één in 2020. De accuraatheid van de informatie over de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in wagens tijdens rangeerwerk was 93%. 

Transferongevallen

In 2021 zijn er 395 transferongevallen geregistreerd (in 2020: 349 en 2019: 781). Door de coronamaatregelen was het aantal reizigers op stations in 2021 niet op het niveau van voor de coronamaatregelen (zo’n 50% van de reizigers ten opzichte van de reguliere situatie), maar wel wat hoger dan in 2020. Daarmee is relatief gezien het aantal ongevallen in 2021 ongeveer gelijk aan 2020. De categorie roltrapongevallen heeft opnieuw het hoogste aantal ongevallen (122). Opvallend is de categorie ‘val in hal’ zoals struikel- en glijpartijen met een hoog aantal ongevallen voor deze categorie. In 2022 onderzoeken we waar verbeterpotentieel zit.

Uitgevoerde verbeteracties betreffen onder meer de doorontwikkeling van monitoring op transfercapaciteit en -veiligheid, en op het risicomodel perronveiligheid. De in 2020 gestarte uitvraag in samenwerking met RVO en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat naar een alternatieve, innovatieve perronrandbeveiliging wordt in de laatste fase van dit traject doorontwikkeld door 3 partijen. De eindproducten, die in 2022 worden getest, richten zich op het voorkomen van situaties waarbij een reiziger bewust of onbewust op het spoor terecht komt. Tot slot is pilotonderzoek gedaan naar het risico van op hoge(re) snelheid passerende treinen langs perrons. Het rijden met hogere snelheden (ook langs perrons) past in de ingezette ontwikkeling van nieuwe vervoermodellen op het spoor. Vervolgonderzoek over de risico’s voor aerodynamische effecten van de langsrijdende trein en de belevingseffecten daarvan wordt vervolgd in 2022 op station Kampen Zuid.

Transferveiligheid stations

In het kader van transferveiligheid waren de twee belangrijkste acties in 2021: de uitbreiding van AED’s op stations en onderzoek naar de brandveiligheid van elektrische fietsen en zonnepanelen. Eind 2021 zijn op vrijwel alle 400 stations AED’s geplaatst. Die zijn ook aangesloten op het burgerhulpverlenersnetwerk van HartslagNu en daarmee openbaar beschikbaar voor burgerhulpverleners die op het station en in de wijk daar omheen. Het eerste onderzoek van het Instituut Fysieke Veiligheid over de brandveiligheid van zonnepanelen en elektrische fietsen is afgerond; de bevindingen worden meegenomen om de brandveiligheid van zonnepanelen te verbeteren. Voor de brandveiligheid van elektrische fietsen is echter aanvullend onderzoek nodig om aannames over brandontwikkeling en brandvolumes te onderbouwen. Het vervolgonderzoek start in 2022. Ondertussen loopt een pilot met elektrische fietsen van Arriva en start in 2022 een nieuwe proef met elektrische fietsen van NS.