Punctueel spoor

De meeste prestatiecijfers komen uit boven de met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat overeengekomen bodemwaarden. In vergelijking met 2016 is er sprake van een stijgende reizigerspunctualiteit op het hoofdrailnet (HRN) en de HSL en een stijgende treinpunctualiteit voor reizigers en goederen. Ondanks (de opstart van) een nieuwe concessie in Limburg bleef de treinpunctualiteit van de regionale series ruim boven de bodemwaarde.

Prestatie-indicatoren punctualiteit
  • Reizigerspunctualiteit wordt vanaf 2017 op een nieuwe manier berekend. Om een betere vergelijking met voorgaande jaren mogelijk te maken, zijn de hier getoonde cijfers voor 2015 en 2016 conform de huidige definitie opnieuw berekend. Deze cijfers kunnen daarom afwijken van de destijds gepubliceerde cijfers. Voor de volledigheid merken wij op dat reizigerspunctualiteit sinds 2017 onderdeel is van de werkzaamheden van de accountant, de vergelijkende cijfers zijn hierbij niet betrokken.

Reizigerspunctualiteit hoofdrailnet (HRN) verbeterd

Reizigerspunctualiteit geeft een indicatie van het percentage van de reizen dat met minder dan 5 (of 15) minuten vertraging is verlopen. Dat wil zeggen dat de reiziger bij aankomst op zijn uitcheckstation minder dan 5 (of 15) minuten vertraging had ten opzichte van de reis die de reiziger vanaf het moment van inchecken volgens de reisplanner had kunnen maken.

In 2017 kwam een recordaantal treinreizigers op tijd aan op hun bestemming. Zowel de bodemwaarden als streefwaarden 2017 van de prestatie-indicatoren reizigerspunctualiteit HRN 5 minuten en reizigerspunctualiteit HRN 15 minuten zijn ruimschoots gehaald. De goede scores zijn het gevolg van een robuuste nieuwe dienstregeling, intensievere samenwerking tussen ProRail en NS in verschillende lagen in de operatie, diverse verbetermaatregelen die gedurende het jaar zijn doorgevoerd, een relatief klein aantal dagen met grote verstoringen en een beperkte invloed van de seizoenen en extreem weer.

In het eerste kwartaal van 2017 lagen de prestaties onder de doelstellingen. De voornaamste oorzaken waren:

  • De startfase van de nieuwe dienstregeling. Wijzigingen in de dienstregeling gaan doorgaans gepaard met een korte periode van slechtere prestaties, omdat medewerkers nog vertrouwd moeten raken met de nieuwe tijden, nummers, bijsturing en afhandelingsscenario’s. De dienstregeling 2017 kende zeer veel wijzigingen ten opzichte van 2016. Daarom was de prestatiedip langer en had deze meer impact dan in andere jaren.

  • De eerste maanden van het jaar kenden relatief veel grote (externe) verstoringen, zoals een stroomstoring in Amsterdam, een bommelding in Utrecht en extreem weer.

  • Omvangrijke werkzaamheden aan de Willemsspoortunnel in Rotterdam, die in januari landelijke impact op de treindienst hadden door een gewijzigde dienstregeling en logistieke beperkingen.

  • Stapsgewijze invoering van de HSL-treindienst Den Haag - Eindhoven, waarbij tot en met maart de treindienst ‘geknipt’ werd in Breda. Dat had niet alleen gevolgen voor doorgaande reizigers, maar ook voor de bediening van de stations Delft Zuid en Schiedam Centrum en het traject Den Haag - Rotterdam in het algemeen.

  • Omleidingen van goederentreinen van de Betuweroute naar de Brabantroute ten gevolge van werkzaamheden in Duitsland, deze zetten de prestaties in Brabant en Zuid-Holland verder onder druk.

Na invoering van de nieuwe dienstregeling zijn in februari de eerste wijzigingen daarin doorgevoerd. Denk hierbij aan kleine aanpassingen, zoals vertrektijden die een minuut vroeger of later zijn geworden, overweginstellingen die zijn aangepast of afhandelingsscenario’s die zijn bijgesteld. Kort hierna zijn de prestaties structureel verbeterd. In september hebben NS en ProRail een aantal grotere verbeteringen effectief in de dienstregeling kunnen doorvoeren. Ook het vervallen van de langdurige snelheidsbeperking op de Moerdijkbrug heeft een prestatiestijging tot gevolg gehad. Alleen de maand juni doorbrak de positieve trend door de invloed van hitte en blikseminslagen op diverse dagen.

De proef met hoogfrequent rijden op de A2-corridor tijdens testwoensdagen van september tot en met december had geen noemenswaardige invloed op de jaarcijfers, maar was wel een waardevolle ervaring om ook in 2018 een betrouwbaar treinproduct neer te zetten op deze drukke corridor.

De traditionele herfstdip was in 2017 veel beperkter dan in voorgaande jaren. Het bleef lang zacht weer en het aantal meldingen van gladde sporen was in november bijna een factor 3 lager dan vorig jaar. Daar waar de herfst in een gemiddeld jaar leidt tot een daling van de prestatie-indicator reizigerspunctualiteit HRN 5 minuten met 0,6 procentpunt, was het effect in 2017 slechts 0,1 procentpunt negatief. De twee dagen met hevige sneeuwval in december hebben de jaarcijfers uiteindelijk met 0,2 procentpunt gedrukt.

Voor de prestatie-indicator reizigerspunctualiteit HRN 15 minuten is met name treinuitval een belangrijke driver. De problemen in de eerste maanden van het jaar lagen vooral op het gebied van punctualiteit, waardoor deze indicator minder sterk wordt beïnvloed. Toch vertoonde ook deze indicator na de eerste maanden van het jaar een stijgende lijn en de prestaties lagen daarna structureel hoger dan voorgaande jaren. Dat komt doordat er gedurende het jaar actief is gestuurd op het beperken van hinder door treinuitval en gemiste overstappen door knelpunten beter inzichtelijk te maken. Deze manier van werken is sinds 2017 mogelijk door de wijze van registratie, berekening en dataverzameling van alle indicatoren voor reizigerspunctualiteit.

Reizigerspunctualiteit HSL verbeterd

De reizigerspunctualiteit op de HSL maakt deel uit van de reizigerspunctualiteit op het hoofdrailnet. Daarnaast is de reizigerspunctualiteit op de HSL een aparte prestatie-indicator. Ook op de hogesnelheidslijn is in 2017 een recordaantal reizigers op tijd op hun bestemming aangekomen. Helaas kende de HSL net als het HRN een stroeve start van het jaar. Voor de HSL was het effect van de werkzaamheden aan de Willemsspoortunnel en de ‘knip in Breda’ nog sterker, omdat de HSL een kleiner aantal reizigers betreft en de genoemde oorzaken precies deze groep reizigers raakten. De prestaties op de HSL lagen vanaf april hoger.

De Verbeterteams HSL van ProRail en NS hebben in 2017 hun scope uitgebreid van het reduceren van uitval naar het verbeteren van reizigerspunctualiteit. Naast verbeteringen aan infrastructuur en materieel zijn ook diverse maatregelen genomen ter verbetering van de punctualiteit, zoals de (aangescherpte) voorrangsregel voor Intercity-direct bij een vertraagde Thalys uit België en de kruiers en instapbegeleiding op Rotterdam Centraal, Amsterdam Centraal en Schiphol Airport. Ook beginnen na een periode van gewenning de leercirkel voor machinisten en de vernieuwde bijsturingsopzet hun vruchten af te werpen.

De fluctuatie in dagscores op de HSL blijft groot. Deze zijn afhankelijk van strandingen van treinen en de bijstuuracties bij externe verstoringen, zoals harde wind op de Brug Hollandsch Diep (derde Moerdijkbrug). Omdat de reizigerspunctualiteit op de HSL betrekking heeft op een relatief kleine groep reizigers waarvan vaak een groot deel wordt getroffen bij een verstoring, reageert het dagcijfer gevoelig. In de maand juni werden de HSL-cijfers gedrukt door werkzaamheden en gelijktijdige grote verstoringen door weersinvloeden op het hoofdrailnet.

Met het behalen van de bodem- en streefwaarde op de prestatie-indicator reizigerspunctualiteit HSL hebben ProRail en NS laten zien dat de inspanningen en aandacht voor de hogesnelheidslijn vruchtbaar zijn. De toekomst blijft echter gezamenlijke uitdagingen voor ProRail en NS kennen, zoals aan de materieelkant, de invloed van toegenomen drukte in Amsterdam en Eindhoven door het hoogfrequent rijden op de A2-corridor en de toegenomen drukte in de trein zelf, met name tussen Schiphol en Amsterdam.

Treinpunctualiteit reizigersverkeer totaal

Treinpunctualiteit reizigersverkeer totaal is het percentage treinaankomsten waarbij het verschil tussen de oorspronkelijk geplande tijd en de vastgestelde realisatietijd kleiner is dan 3 minuten. Uitgevallen aankomsten en aankomsten van vervangende treinen worden niet meegerekend. Punctualiteit voor het totale reizigersverkeer wordt gemeten op representatieve stations op het Hoofdrailnet (inclusief HSL-Zuid) en op de regionale spoorinfrastructuur.

De treinpunctualiteit reizigersverkeer totaal is met 90,5% hoger dan de bodemwaarde van 86,8% en ook hoger dan vorig jaar (89,4%). Voornaamste reden van een punctualiteitsscore boven norm is het uitblijven van grote verstoringen en een goede intrinsieke punctualiteit in de dienstregeling.

Treinpunctualiteit regionale series

Voor de regionale series meten we treinpunctualiteit, geen reizigerspunctualiteit. Treinpunctualiteit is het percentage treinaankomsten op een representatieve selectie stations, waarbij het verschil tussen de oorspronkelijk geplande tijd en de vastgestelde realisatietijd kleiner is dan drie minuten. Uitgevallen aankomsten en aankomsten van vervangende treinen worden niet meegerekend.

De punctualiteit van de regionale series is met 93,9% hoger dan de bodemwaarde van 92,4%, maar wel iets lager dan de 94,1% van vorig jaar. De voornaamste oorzaak van die daling ligt bij de nieuwe concessie in Limburg, waar begin 2017 gewenningsproblemen optraden door nieuwe omlopen, kortere rijtijden, krappere keringen en nieuw materieel. Die veranderingen bieden de regio echter betere aansluitingen, grotere aantallen treinen en de mogelijkheid om in de toekomst verder uit te breiden. In samenwerking met de vervoerder is actie ondernomen op de belangrijkste knelpunten, waarna de prestaties verbeterden.

Aandacht voor goederenpunctualiteit

Deze indicator toont het percentage goederentreinen waarbij de vertraging op het eindpunt van de route minus de vertraging op het startpunt van de route kleiner is dan drie minuten. Als de vertrekvertraging negatief is, wordt deze op nul gezet. Punctualiteit van goederenverkeer wordt gemeten op zes goederencorridors, exclusief de Betuweroute.

In 2017 is de punctualiteit van het goederenverkeer gestegen naar 74,7% (was 73,7% in 2016). Dat is nog steeds onder de bodemwaarde van 80,0% die we zijn overeengekomen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Bij het vaststellen van die bodemwaarde is echter onvoldoende rekening gehouden met werkzaamheden aan het Derde Spoor in Duitsland vanaf 2016, waardoor er regelmatig beperkt tot geen goederenverkeer over de Betuweroute kon plaatsvinden. De spooruitbreiding is een belangrijke verbetering van de internationale goederencorridor Rotterdam – Genua. Het betekent dat er in de toekomst meer treinen van de Betuweroute gebruik kunnen maken.

Tijdens de werkzaamheden in Duitsland waren er omleidingen via de drukke Brabantroute (Moerdijk-Venlo) nodig, wat een negatief effect had op de goederenpunctualiteit. Tijdens werkzaamheden aan een nieuwe spoortunnel bij Rastatt, net ten zuiden van Karlsruhe aan de spoorlijn naar Basel, spoelde in augustus de ondergrond weg. Gevolg was een verzakking van de bestaande spoorlijn, waardoor geen treinverkeer meer mogelijk was. De gevolgen voor het goederenverkeer tussen o.a. Rotterdam en Zwitserland/Italië waren groot. Omdat alternatieve routes niet of niet in voldoende mate voorhanden waren, kwam het goederenverkeer op deze verbinding nagenoeg tot stilstand. De versperring bij Rastatt duurde tot begin oktober.

Van april 2016 tot augustus 2017 werd het merendeel van de goederentreinen gehinderd door een snelheidsbeperking op de Moerdijkbrug. Tot slot is in overleg met de goederenvervoerders ook voor 2017 weer een dienstregeling ontwikkeld die flexibiliteit boven punctualiteit stelt. Daarom heeft ProRail in haar beheerplan 2017 al aangegeven zelf een meer realistische streefwaarde voor de goederenpunctualiteit van 75% tot 77% te hanteren.

In 2017 heeft ProRail verschillende acties uitgevoerd om bij te sturen op de prestatie. Dit heeft er mede voor gezorgd dat de prestatie op deze indicator, na het bereiken van het dal in mei 2017 (het voortschrijdend jaarcijfer was toen 72,0%), zich heeft ontwikkeld tot ongeveer de vooraf aangegeven ondergrens van 75%. Onze acties waren:

  • Het in samenspraak met vervoerders zo veel mogelijk plannen van goederentreinen in de beter presterende treinpaden in de dienstregeling.

  • Het uitvoeren van werkzaamheden aan de Moerdijkbrug waarmee een einde kwam aan de tijdelijke snelheidsbeperking (TSB).

  • De instructie van de nieuwe leidraad bij vertragingen (op de A2-corridor). Deze leidraad geeft meer voorrang aan corridortreinen, hieronder vallen ook goederentreinen.

  • Extra aandacht voor het belang om goederentreinen met zo min mogelijk vertraging vanaf Kijfhoek het gemengde net op te rijden.

Omdat de huidige goederenindicator onvoldoende aansluit bij de wensen van de goederenvervoerders, heeft ProRail in 2017 samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de goederenvervoerders een betere prestatie-indicator voor 2018 ontwikkeld. Deze indicator Transitotijd meet welk deel van de goederentreinen door toedoen van ProRail meer dan een half uur langer onderweg is op het Nederlandse deel van hun traject.

Geleverde treinpaden reizigers stabiel

Een treinpad is een capaciteitsreservering op het spoor die nodig is om een trein van A naar B te laten rijden. Als een treinpad (gedeeltelijk) niet wordt gerealiseerd en de oorzaak daarvan ligt bij ProRail, dan geldt dat treinpad als niet geleverd. Verstoringen door derden en door het weer – inclusief uitgedunde dienstregelingen – vallen daarbij ook binnen de verantwoordelijkheid van ProRail. Het percentage geleverde treinpaden voor het reizigersverkeer was in 2017 met 98,1% gelijk aan de prestatie in 2016 en ligt boven de met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat afgesproken bodemwaarde van 97,5%.

Prestatie-indicator Geleverde treinpaden reizigers

Mijn Verslag (0)